Insect van de maand: oktober 2016                   door: Anny Roosen

Berkenknopwesp (Cimbex femoratus)

i42. BerkenwespAnny


Tijdens mijn wandelvakantie in mei 2015 liep ik  een deel van het Trekvogelpad. Ter hoogte van de Woeste Hoeve (Veluwe) zag ik een joekel van een vlieg op een berkenboom (Betula). Hij (is een zij) zat onderaan de stam. Dat is uitzonderlijk, want meestal zit zij hoog in een boom. Zij knaagt dan ringvormige groeven om twijgjes, vermoedelijk om berkensap te drinken.

De berkenknopwesp is 20-28 mm lang en is daarmee de grootste zaagwesp in Midden-Europa. Het is een opvallende soort. Antenneknop geel of bruin. Rand van de voorvleugel met zwarte zoom. Achterlijf van het mannetje zwart of -op de middelste segmenten- rood met brede geelwitte dwarsband op segment 1, dat van het vrouwtje is zeer variabel: zwart, rood of geel, soms zwart met aan de zijkanten gele vlekken.

 

De vrouwtjes leggen tot 200 eitjes afzonderlijk of in kleine groepjes in hiervoor gemaakte bladtasjes op de onderkant van berkenblad. De bastaardrupsen zijn zeer traag en zitten overdag op de onderzijde van het blad. 's Nachts vreten zij vanaf de rand het blad tot aan de middennerf op. In ongeveer drie weken neemt het gewicht toe van ongeveer 4 mg tot 1400 mg. Vijanden kunnen ze tot 20 cm ver bespuiten met lichaamsvocht (hemolymfe).

De bastaardrupsen spinnen in de herfst een cocon aan twijgen, waarin de verpopping plaats vindt. De berkenknopwesp komt gewoonlijk in april of mei van het volgende jaar uit de cocon. De groene bastaardrups is ongeveer 45 mm lang en is in de jongere stadia omgeven door een wittige koker van was. Op de rugzijde hebben ze een donker gekleurde, smalle lengtestreep met een lichtgele zoom. Over de hele lengte van de rups zitten talrijke, witte wratten.

Geraadpleegde literatuur: Soortenbank.nl, Wikipedia
Foto rups: Wikipedia