Insect van de maand: november/december 2016             door: Helen de Boo  

Het schaatsenrijdertje (gerris lacustris)

i43. schaatsenrijderke Helen
Begin juni, ik geniet van de warmte en staar wat over het spiegelgladde water van het van Esscheven. Er bewegen schaatsenrijders over het water, insecten die over het water scheren met vier lange, wijd uiteen staande poten.

Soms ligt er één bewegingloos, dan weer zet er een zich af en drijft ineens tien of meer centimeter verder. Maar ook zet er soms één een spurt in waarmee hij vliegensvlug enkele meters over het water wegschiet. Waarom is dat, wat is zijn doel? Kijk, daar is er nog één. Hebben ze weet van elkaars bestaan? Soms darren ze doelloos wat rond. Heel soms komen ze elkaar ergens tegen en dan springen ze snel weg: van schrik? Af en toe zitten ze elkaar achterna, alsof ze haasje over doen. Is dat om te vechten of om te kunnen paren?

Het was door deze waarneming dat ik dacht aan het gedicht van Guido Gezelle uit 1857 over het schrijverke. Het begint als volgt:

 O krinklende winklende(1) waterding,
met 't zwarte kabotseken(4) aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijvend op 't waterke gaan!
Gij leeft en gij roert en gij loopt zoo snel,
al zie 'k u noch arrem noch been;
gij wendt en gij weet uwen weg zoo wel,
al zie 'k u geen ooge, geen één. …..

Het gedicht heeft als ondertitel Gyrinus natans, wat min of meer "zwemmende ronddraaier" betekent. Dit is een originele combinatie van verschillende wetenschappelijke namen: Xenogyrinus natans en Gyrinus natator. De eerste duidt op een uitgestorven keversoort uit het Lias, de andere is de systematische benaming voor het schrijvertje. Naar alle waarschijnlijkheid schreef Gezelle echter niet over het schrijvertje, maar over het slootschrijvertje (Gyrinus substriatus).

winklende: scherpe bochten beschrijvend
kabotseken: mutsje

De vraag die ik mezelf stelde: is een schaatsenrijder hetzelfde als een schrijvertje?

Onderzoek via internet leert het volgende:

* Schrijvertje: een 5 tot 7 mm lang, glanzend blauwzwart kevertje, kan zeer goed zwemmen. De voorpoten zijn lang en doen dienst als grijporgaan. Opmerkelijk zijn de vier ogen: twee kijken boven water naar vijanden (vogels), twee kijken onder water naar prooi (vissen).
* Schaatsenrijder: een insect. Het lichaam is erg smal, met vaak kleine vleugels en met vier lange poten waarmee relatief snel over het wateroppervlak kan worden bewogen. Het lijf is bruinzwart, de maximale lengte is ongeveer 12 mm zonder poten en antennes.

Mijn conclusie was dus: ik heb hier te maken met schaatsenrijders, iets wat ik al meteen vermoedde.  

Dan volgt nu de feitelijke beschrijving van het insect, gerris lacustris, alias schaatsenrijder.i43. 1
Van de zes poten die een schaatsenrijder heeft zijn er vier heel lang, de twee voorste zitten helemaal bij de kop, zijn veel kleiner en tangachtig. De schaatsenrijder beweegt zich op het water voort door te roeien. De middelste poten worden als roeiriemen gebruikt, de achterste twee zijn om te sturen. Een schaatsenrijder kan over het water rennen, maar hij kan ook vliegen. Op het land is hij echter veel minder snel. Hoe kan de schaatsenrijder nou òver het water lopen? Onder de pootjes en onder de buik zitten zeer fijne haartjes die lucht vast kunnen houden, waardoor de oppervlaktespanning van het water wordt vergroot. Zou je zeep in het water doen (dat doen we natuurlijk niet, vanwege milieuvervuiling!), dan zou een schaatsenrijder ogenblikkelijk zinken omdat de oppervlaktespanning dan 10 keer zo klein zou zijn geworden.

Een schaatsenrijder eet kleine dieren die in het water vallen en niet kunnen zwemmen: kevertjes en vliegjes maar ook muggenlarven, die naar boven komen om adem te halen, en ook salamanderlarven. Ook eten ze wel watervlooien en springstaarten. Het is een roofinsect dat tot de familie van de wantsen (insecten met een zuigsnuit) behoort. Dat zijn niet bepaald de aantrekkelijkste insecten. Veel plantenzuigende soorten vormen een plaag voor de land- en tuinbouw. Bloedzuigende wantsen kunnen het mens en dier erg lastig maken. Berucht is de wandluis of bedwants, die ‘s nachts zijn hinderlijke steken toebrengt. Net als alle andere wantsen hebben schaatsenrijders een ‘snavel’. Daarin zijn vier tot stiletten omgevormde kaken opgeborgen. Twee daarvan vormen kanalen. Een dient voor het inspuiten van verteringssappen. De andere voor het opzuigen van het voedsel. De overige twee worden gebruikt als zaag om bij de steek de weg vrij te maken. De prooi wordt besprongen en vervolgens leeggezogen.

 
Twee weken geleden kwam dankzij Koreaanse biologen het opmerkelijke seksleven van schaatsenrijders aan het licht. Schaatsenrijdermannen bespringen een argeloos vrouwtje, dat daardoor een beetje het water ingedrukt wordt. Het vrouwtje wil meestal niet, maar in plaats van een romantisch voorspel heeft het mannetje iets anders bedacht. Terwijl hij op de vrouw zit, trappelt hij net zolang met zijn pootjes in het water. Dat getrappel lokt vissen die schaatsenrijders eten. Het mannetje neemt daarmee een risico, maar het vrouwtje zit in een veel benardere positie dan hij. Zij wil dat het getrappel onmiddellijk stopt en geeft hem zijn zin.
(Koos Dijksterhuis, Trouw, 21/08/ 2010)

Eén enkele geslachtsdaad geeft sperma voor levenslange bevruchting, en een gedekt vrouwtje staat garant voor honderden eitjes. Dat is nog eens economisch! (HdB.) Eitjes worden vaak apart afgezet op drijvende waterplanten. Wantsen hebben een onvolkomen gedaanteverwisseling, dat wil zeggen dat de jonge dieren al sterk op de volwassen wantsen lijken, alleen zijn zij kleiner. Na een paar keer vervellen is de schaatsenrijder volwassen. Aan het eind van de zomer zijn er geen larven meer te vinden.

i43. 2