Insect van de maand: februari 2017
door: Arjan Timmer

Neushoornkever (Oryctes nasicornis)

i45.NeushoornkeverArjan
De neushoornkever is één van de grootste in Europa voorkomende kevers. Hij behoort tot de bladsprietkevers met bekende familieleden zoals de meidoornkever en de Rozenkever. Met een lichaamslengte van 25 tot 40 mm en zijn hooggewelfde vorm is de neushoornkever een zeer opvallende kever.

De neushoornkever is echter zeldzaam en komt in Nederland slechts plaatselijk voor. Oorspronkelijk leeft hij in loofbossen, maar is thans ook een cultuurvolger.

Mijn aanraking met de neushoornkever is dan ook niet in Nederland, maar op een boerderij in Duitsland, onder de rook van Magdenburg (voormalig Oost-Duitsland). Onder het genot van een biertje kwam ter sprake dat het gazon geëgaliseerd was met grond van een bult ergens achter en daar kwamen rare cocon achtige beesten uit, maar ze leefden waarschijnlijk niet meer (?).

Bij het gazon zelf was het enige spoor nog een klef vliesje, wat eens een cocon geweest moest zijn. Dus de volgende dag natuurlijk getooid met schep en camera naar die bult met grond. Al vrij snel kwam er een pop naar boven en zoals op de foto's te zien is, is het toch onmiskenbaar de neushoornkever. De poppen overwinteren (diep) in de bodem. Voor de verpopping maakt zij met behulp van uitwerpselen een popkamer die doet denken aan een kippenei.

Naast de bult met grond, waar de poppen uit kwamen, lag ook een grote, langgerekte composthoop. Houtzaagsel en strooisel onder ander afkomstig uit uit de stallen. Uitgeslapen als ik was, dacht ik van laat ik daar ook maar eens een schep in zetten. En jawel hoor de larve van een neushoornkever. Deze larven (engerlingen) ontwikkelen zich dan ook in warm, rottend plantenmateriaal. De larven van bladsprietkevers worden engerlingen genoemd vanwege hun C-vormig gekromde lichaam en crèmewitte kleur. Op de circa 10 cm (!) lange engerling zijn duidelijk de stigmata oftewel de ademopeningen te zien als ronde, oranjebruine vlekjes (deze bevinden zich aan weerszijden van het lichaam). 

In vroeger tijden, toen Europa nog sterk bebost was, leefden de larven waarschijnlijk van rottend dood hout. Omdat deze voedselbron steeds zeldzamer werd, is de kever overgeschakeld op een ander soort voedsel: strobalen, houtafval, zaagsel- en composthopen. In de composthopen kunnen de larven overleven, zich gedurende 1 tot 3 jaar ontwikkelen, waarbij ze gebruikmaken van de warmte die vrijkomt door broei. Zonder deze warmtebron maakt de engerling geen schijn van kans om de strenge winters te overleven.

En als laatste vonden we bij de composthoop ook nog een imago van de neushoornkever. Weliswaar een dood exemplaar, maar voor de foto, maakt dat geen verschil. De meestal in juni uitkomende kevers houden zich overdag op boomstammen op, waar de mannetjes  ook rivaliteitsgevechten met hun hoorns uitvoeren. Hierbij gebruiken ze de hoorns om hun tegenstander omver te duwen. Paar-lustige mannetjes maken een raspend geluid, dat klinkt als het tweemaal kort met een vinger schuren tegen een ongeschoren kin.

De 30-40 mm grote mannetjes dragen op de kop een tot 10 mm lange hoorn die over het van voren uitgeholde en van achteren hooggewelfde halsschild is teruggebogen. Zo als op bijgevoegde foto te zien is. Het met een lichaamslengte van 25-30 mm kleinere vrouwtje heeft op kop slechts een kleine bult of tand, bij haar zijn de kop en halsschild slechts weinig uitgehold. Beide geslachten zijn glanzend middel- tot donkerbruin gekleurd, kop en halsschild meestal donkerder dan de vleugeldekschilden.

Foto's: Arjan Timmer