Insect van de maand: maart 2017
door: Ton Willems

Geelgerande waterkever (Dytiscus marginatus)

i46.GeelwatertorTon
In de tuin van ons vorige huis hadden we een ontzettend mooie vijver aangelegd. Er kwam daardoor heel veel leven in en om het water. Op een gegeven moment kwam onze oudste zoon thuis met 4 Rietvoorns en vroeg of deze in de vijver mochten
. Er was ruimte genoeg dus waarom niet.

Het jaar daarop hadden we honderden jonge voorntjes die de hele dag in een school op en neer zwommen. Dat was een fantastisch gezicht. De zoon was hier zo enthousiast over dat hij besloot om weer in de sloot te gaan scheppen.
Op een gegeven moment kwam hij thuis met een nog mooiere vangst dan vorige keer en zonder aan ons te laten zien maar meteen in de vijver uitgezet, zonder te weten wat er in de vijver zou gaan gebeuren. Na wat speurwerk bleek dat hij 2 exemplaren van de Dytiscus marginatus ofwel de Geelgerande waterkever had uitgezet. 

Deze kever (links ♂ rechts ♀) wordt ook wel de “Geelgerande waterroofkever” of “Watertijger” genoemd en deze naam heeft hij niet voor niets gekregen. Dat roven begint al in het larvale stadium.

 Nadat de larven uit het ei zijn gekomen groeien ze uit tot wel 7 centimeter. De kop wordt meestal naar beneden gehouden waarbij het lichaam een S-vorm heeft en het achterlijf omhoog wordt gestoken. Het achterlijf bestaat uit segmenten en eindigt met twee tasterdraden. De kop is breed en afgeplat waarbij de (gif)kaken duidelijk zichtbaar zijn. De larve heeft geen adembuis en moet het achterlijf direct boven het wateroppervlak steken om te kunnen ademen.

i46.1larveDe larve vangt zijn prooi vanuit een hinderlaag en grijpt deze vast met zijn sikkelvormige holle kaken. De prooi wordt ingespoten met een verteringssap welke de prooi ook doodt en vloeibaar maakt. Vervolgens wordt de prooi leeggezogen. Uiteindelijk blijft er alleen een lege huid over. De prooi kan bestaan uit allerlei waterdiertjes zoals insectenlarven, kikkervisjes, salamanders en zelfs kleine visjes welke groter kunnen zijn dan hijzelf.

Ik heb zelf ooit met de jeugdafdeling van IVN (Natureluurs) waterbeestjes geschept waarbij we ook een larve hadden van een Geelgerande waterkever. Na een kwartier deed hij zich al tegoed aan Bootsmannetjes en een libellenlarve. De larve verpopt zich op het land en graaft een holletje waarin de metamorfose plaatsvindt. Hier wordt de larve, afhankelijk van de temperatuur, binnen enkele weken een imago. Als het verpoppen in het najaar geschiedt blijft de inmiddels geworden kever in het hol tot het voorjaar aanbreekt.

Het volwassen exemplaar is een rover variërend van 30 tot 35 mm groot die werkelijk op alles jaagt wat beweegt. Voornamelijk zijn dat insectenlarven van libellen, kevers, haften maar ook waterspinnen en kleine visjes. Het lichaam heeft een ovale gestroomlijnde vorm en bestaat uit drie delen namelijk: de kop, het borststuk en het achterlijf.

i46.2volwassen exemplaarAan de voorzijde van de kop is een gele rand zichtbaar met in het midden twee tasters. Aan de zijkanten zijn de ogen en de antennes te zien. Het achterste deel van het borststuk en het achterlijf liggen onder de dekschilden. De kleur van deze dekschilden is donkergroen met een metaalachtige glans. De gele rand loopt door tot aan de achterzijde. Het voorste paar poten bij de mannetjes en vrouwtjes zijn verschillend. Bij de mannetjes zijn de laatste segmenten van deze voorpoten, de voorvoeten, schijfvormig afgeplat en aan de onderzijde voorzien van zuignapjes van verschillende grootte. Door deze zuignapjes kan het mannetje bij de paring het vrouwtje beter vasthouden. Het middelste potenpaar is vergelijkbaar met die van andere insecten en wordt gebruikt om ergens aan vast te houden. Echter het achterste potenbaar is sterk verbreed en heeft aan weerszijden een borstelige beharing. Deze beharing zorgt voor een groter pootoppervlak waardoor het zwemvermogen toeneemt.

De Geelgerande waterkever schept aan het wateroppervlak met zijn grote achterpoten lucht en slaat dat op onder zijn dekschilden. Hierbij wordt eerst de oude lucht uitgeperst en tevens de uitwerpselen.

De kevers paren meestal in het najaar. Tijdens het paren grijpt het mannetje het vrouwtje vast en zwemt zo een tijdje met haar mee. Dit vasthouden geschiedt door zuignapjes aan de voorpoten van het mannetje. Na de paring zet het vrouwtje de eitjes in het voorjaar af. Dit doet ze door met haar legbuis een gaatje te boren in de stengel van een waterplant. In die stengel wordt een eitje afgezet. 

De Geelgerande waterkever komt vrij algemeen voor in Nederland in stilstaande en langzaam stromende wateren zoals sloten, vennen en vijvers. Hij kan goed vliegen en doet dat met name in de paringstijd waardoor hij in nieuwe wateren terecht komt.

Geraadpleegde literatuur: Wikipedia
Foto's: Wikipedia en internet