Vogel van de maand: oktober 2017
door: Jan op 't Hoog foto's: Jan Wolfs en Martin Verbeeten

 Roek (Corvus frugilegus)

Roek7873 In de vorige vogel van de maand hebben we het over de Raaf gehad, deze keer de Roek. Anders dan een Zwarte Kraai wordt de Roek ook vaak aangezien voor een Raaf. Dit komt omdat men deze vogel niet goed kent en men een grote robuuste houding ziet. Wat meteen opvalt bij een Roek is zijn lichte forse snavel. De Roek is vrijwel even groot als een Zwarte Kraai, ongeveer 46 centimeter lang maar oogt wat groter. Het verenkleed is zwart met een blauwige metaalglans.
De snavel is ook zwart, iets naar beneden gebogen en wat slanker dan die van de Zwarte Kraai. Als de vogel wat ouder is, wordt de snavelbasis kaal en wordt de onderliggende grijze huid zichtbaar. Het bovendeel van de poten is, anders dan bij zwarte kraaien, met wat veren bekleed. Deze 'broek' maakt ook jonge roeken, die nog geen lichte snavelbasis hebben, in het veld herkenbaar. Vandaar het ezelsbruggetje: broek = Roek.

Vogel van de maand: augustus/september 2017
door: Jan op 't Hoog foto's: Eduard Opperman en Karin van de Logt

Raaf (Corvus corax)

Raaf 1Raaf
De komende maanden wil ik de zwartrokken of kraaiachtigen eens nader toelichten.
We gaan eens nader kennismaken met de vier soorten kraaiachtigen die in Nederland voorkomen: Raaf, Roek, Zwarte kraai en Kauw.

In de vogel van de maand licht ik elke keer een soort toe en we beginnen met de grootste van de kraaiachtigen, de Raaf, Latijnse naam: Corvus corax, lengte 54-67 cm, spanwijdte 115-130 cm.

Vogel van de maand: mei/juni/juli 2017
door: Hannie Nilsen

Koekoek (Cuculus canorus)  Deel 2

koekoek 2Koekoek - vrouwBroedparasitisme
Eén van de meest opvallende eigenschappen van de koekoek is ongetwijfeld het feit dat ze niet zelf hun eieren uitbroeden. Al ruim 2300 jaar geleden verwonderde Aristoteles zich over dit gedrag. En in de loop der eeuwen zijn er allerlei theorieën over dit fenomeen ontwikkeld. Zo dacht men lange tijd dat de vogel een gebrek had aan ouderinstinct of anatomisch niet tot broeden in staat zou zijn.

Een grote maag en laag gelegen krop zouden dit beletten.
Toen dit achterhaald was (andere vogels met een zelfde anatomische bouw zoals de gierzwaluw broeden immers ook hun eigen eieren uit), was de volgende veronderstelling dat de koekoek eigenlijk gewoon te kort in het land is om een ei uit te broeden en het jong groot te brengen.

Vogel van de maand: april 2017
door: Hannie Nilsen

Koekoek (Cuculus canorus)   Deel 1
Koekoeksjong Karekiet 1
“Hij wordt ook niet slimmer van al die hormonen en van de vrouwen heb je vooral last”. Gaat dit nog wel over vogels of komt deze regel uit een artikel over relatietherapie? Je zou het bijna denken maar de opmerking is geknipt uit een interview met Raymond Klaassen over zijn onderzoek naar de koekoek. Want hoewel iedereen de koekoek wel kent (zeker het geluid), is het een intrigerende vogel met een door mysteries omgeven leefwijze.
 
De reden dat 2017 door Sovon en Vogelbescherming Nederland is uitgeroepen tot jaar van de koekoek is helaas minder glorieus. De koekoek als ‘broedvogel’ doet het slecht. Ondanks het feit dat een vrouwtje ieder jaar 15-25 eitjes legt, gaan de aantallen achteruit en staat de vogel op de Rode Lijst als ‘schaars’.


Foto: Kleine karekiet voert Koekoeksjong,
René Smits (dewerelddoormijnlenzen.blogspot.nl)

Vogel van de maand: maart 2017
door: Hannie Nilsen

Grote Zilverreiger (Ardea alba) deel II

Grote zilverreiger 2Hij is in alle werelddelen te vinden maar was bijna uitgeroeid vanwege zijn zeer gewilde veren. Nu een fenomenale opkomst in Nederland van nul in de jaren zeventig naar ongeveer 200 broedparen en 2500 overwinterende vogels nu. Dat is in het kort de geschiedenis van de grote zilverreiger.Ongeveer 50 jaar geleden was de grote zilverreiger een vogel die de meeste vogelaars in Nederland alleen van plaatjes kenden. Zo schrijft men in de Prisma Vogelgids van 1961: zeldzame dwaalgast.

In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd hij al wat vaker gezien en in 1978 broedde er een enkel paartje in de Oostvaardersplassen. Jarenlang bleef het bij enkele paartjes in dit gebied maar sinds de eeuwwisseling zijn de aantallen enorm toegenomen. In de Broedvogelatlas uit 2002 werden 1 en 2 broedparen genoemd voor de jaren 1998 en 1999. Voor het onderzoeksjaar 2000 was dat aantal toegenomen tot 11 broedpaartjes maar niemand vermoedde toen dat dit aantal zich zo snel uit zou breiden.