Vogel van de maand: december 2015/januari 2016                                               tekst: Hannie Nilsen        

Zeearend (Haliaeetus albicilla)
Zeearend 1 1Veel Nederlandse broedvogels hebben het zwaar. Hun aantallen gaan achteruit, soms zelfs zeer drastisch, en sommige soorten zijn als broedvogel verdwenen. Klapekster, kuifleeuwerik en ortolaan zijn definitief uitgestorven terwijl ook voor bijvoorbeeld grauwe gors, draaihals en kemphaan het beeld niet erg rooskleurig is. De zeearend daarentegen is een nieuwkomer onder de Nederlandse broedvogels, zoals bijvoorbeeld ook de grote en kleine zilverreiger, witvleugelstern en bijeneter.

In het begin van deze eeuw stond de zeearend nog in de vogelboeken als ‘wintergast in uiterst kleine aantallen’. Deze vogels waren afkomstig uit Scandinavië en Duitsland. Ook zomerse waarnemingen waren zeer bijzonder dus toen in 2004 een solitaire, adulte vogel in de Oostvaardersplassen de zomer overbleef, was dat groot nieuws onder alle vogelaars. Het jaar daarop startte een koppel hier met de nestbouw en in 2006 was het eerste broedgeval een feit. Het eerste zeearend-jong sinds mensenheugenis! Sindsdien is het ongelooflijk snel gegaan, in 2015 kwam het aantal op een totaal van minstens 35 jongen (van één broedsel ontbreken gegevens). Zonder herintroductieprogramma’s  heeft de zeearend op eigen kracht ons land als geschikt broedbiotoop ontdekt.
Het is onzeker of de zeearend ooit eerder in ons land broedde maar nu zijn er al vijf broedplaatsen. De oudste broedlocatie ligt in de Oostvaardersplassen (2006). Hier zijn inmiddels al 15 jongen grootgebracht. Het Lauwersmeer is bewoond sinds 2009 met in 2011 het eerste jong, en een totaal van 4 jongen. De Randmeren werden ontdekt in 2010 (Zwarte Meer) en in 2012 werd in Roggebotzand het eerste jong uitgebroed. Deze locatie werd in 2014 tijdens het broeden verlaten, mogelijk door de aanwezigheid van boommarter en/of recreanten, waarna de zeearend terug ging naar de oorspronkelijke locatie in het Zwarte Meer. Daar werd het er op volgend jaar een jong groot gebracht, waarmee het totaal hier ook op 4 jongen kwam. In de Biesbosch tenslotte kwam in 2012 het eerste jong uit het ei, een jaar nadat de zeearend zich in dit gebied gevestigd had. In 2014 waren er zelfs 2 broedpaartjes die ieder 2 jong groot hebben gebracht. Ook in 2015 waren er 2 broed-paartjes. Het ene had 3 jongen, het broedsucces van het andere nest is onzeker.

2006-2015
GrafiekZeearend
Deze getalsontwikkeling staat niet op zich zelf. Nadat in Scandinavië de populatie crashte in de jaren ’60, nam deze weer toe toen landbouwpesticiden in de ban werden gedaan. Ook in Duitsland en Denemarken groeien de broedpopulaties weer. De belangrijkste reden dat de zeearend in die tijd toch uit Nederland weg bleef, is waarschijnlijk verdroging en versnippering (door verstedelijking) van het landschap.

Als toppredator staat de zeearend bovenaan de voedselketen. Het verschijnen als wintergast, het zoeken naar voedsel (foerageren) en nog meer het vestigen als broedvogel is een teken dat het beter gaat met de natuur en dat er voldoende voedsel is. Zonder geschikt en gezond ecosysteem ook geen zeearend. Daarom is het dan ook zo’n goed nieuws dat de zeearend zich in Nederland als broedvogel heeft gevestigd.

En uiteraard ook goed nieuws voor de vogelaar. De kans om in eigen land een zeearend te zien is niet langer een heimelijke wens maar een reële mogelijkheid. Ganzen en eenden die massaal op de vleugels gaan terwijl een enorme vogel met diepgevingerde vleugels schijnbaar moeiteloos met diepe vleugelslagen overvliegt: zeearend! Maar ook een ‘hondje’ dat geduldig in een plas op een slikrand zit, zou weleens een zeearend kunnen zijn. Want met zijn lengte van 90 cm en een gewicht van ongeveer 8 kg. is de vergelijking met een kleine hond nog niet zo gek. Aan zijn spanwijdte (190-240 cm) dankt hij zijn bijnaam de vliegende deur. Wat verder opvalt is zijn enorme, gele snavel en zijn witte staart (zijn naam albicilla betekent letterlijk ‘met witte staart’) . Tenminste bij een adulte vogel. Een juveniel heeft een donkere staart die bij iedere rui witter kleurt. Omdat het echter wel voor komt dat door onvoldoende voedsel de rui af en toe onvolledig is, kan men dit niet gebruiken voor een exacte leeftijdsbepaling. Dan is de kleur van snavel, kop en oog doorslaggevend. En hoewel ze vanaf het 4e kalenderjaar geslachtsrijp zijn, hebben ze pas in het 6e kalenderjaar een volwassen verenkleed. In de vrije natuur kan een zeearend ongeveer 20 jaar oud worden.

Nog steeds is trouwens de kans op het zien van de  zeearend het grootst in de winter, vooral in oktober-november als de jongen nog in de buurt zijn en de eerste wintergasten hier arriveren.

Broedbiologie en habitat
De zeearend zoekt een waterrijk gebied met veel open water, gecombineerd met bos. Dus in feite hetzelfde als alle vogels: broedgelegenheid met foerageermogelijkheid. Vooral de mannetjes trekken over grote afstanden om een geschikte locatie te vinden. Vrouwtjes blijven vaker in de omgeving waar ze uit het ei zijn gekomen. In het buitenland broeden ze ook op rotsachtige kliffen aan zee.
Als voedsel dienen watervogels zoals gans, eend en meerkoet maar ook vis en kleine zoogdieren staan op het menu. Verder eten ze kadavers van grote zoogdieren. Hierbij zijn ze erg sociaal en tolereren ze dat soortgenoten (en andere vogels) ook een hapje mee-eten.  Zelfs in broedtijd hebben ze niet echt een territorium en kunnen ze op korte afstand van elkaar broeden.

Is er een geschikte plaats gevonden, begint de nestbouw. Vaak al in oktober-november. Het nest is ongeveer 2 meter in doorsnede en wordt meerdere jaren gebruikt. Oude nesten worden ieder jaar gerepareerd en versterkt met nieuwe takken en kunnen tot wel 2 meter hoog worden. Nestbouw is onderdeel van het baltsgedrag en versterkt de paarband. Soms begint zelfs een jonge, ongepaarde zeearend met nestbouw voor hij een partner heeft gevonden.

In februari- maart worden 1-3 eieren gelegd. Zowel mannetje als vrouwtje zitten om de beurt op het ei. De broedtijd is ca. 40 dagen. Eén jong is vrij normaal, twee jongen komt regelmatig voor, drie hoogst zelden. De jongen worden door beide ouders gevoerd, groeien snel en vliegen vanaf juli uit. Het jong is dan even groot als zijn ouders. Zoals bij de meeste roofvogels zijn vrouwtjes meestal iets groter dan de mannetjes. In Nederland is de zeearend een standvogel en blijven de adulten normaal gesproken zomer en winter in hun broedgebied.

Om meer te weten te komen over trekgewoontes, verspreiding en foerageergedrag worden in Nederland zoveel mogelijk jongen in hun eerste levensjaar geringd. Mits dit kan zonder het nest teveel te verstoren. Zo werden er tot en met seizoen 2013 veertien van de 22 jongen voorzien van een oranje ring met specifieke code. Deze zijn makkelijk af te lezen met telescoop, toch is  van deze jongen slechts de helft later nog waargenomen.

Algemeen
De zeearend komt uit het geslacht van de zeearenden dat 10 verschillende soorten kent. In Europa is ‘onze’ zeearend de enige voorkomende soort. Vroeger kwamen ze in heel Europa voor, nu enkel nog in het noordelijkste deel. Men schat dat er ongeveer 6000-7000 broedparen in Europa te vinden zijn waarvan 2000 broedparen in Noorwegen, 1500-2000 in Europees Rusland en 800 in Duitsland. De belangrijkste vijand van deze vogel door de eeuwen heen is de mens geweest. Aantasting van zijn broedbiotoop, vergiftiging (al dan niet moedwillig), jacht, windmolens en verstoring door recreanten zijn slechts enkele voorbeelden.
Ook nu is verstoring soms een probleem. In de Biesbosch werd een populaire kanoroute zelf tijdelijk afgesloten om de vogels ongestoord te laten broeden. Wil dit zeggen dat er verder geen plaats is voor de zeearend in ons land? In de Gelderse Poort tussen Nijmegen en Millingen aan de Rijn is in 2014 meerdere malen een jonge zeearend gezien die een nest aan het bouwen was. Het gebied zou een mogelijke broedlocatie kunnen zijn voor de toekomst. Andere toekomstige geschikte locaties zijn de Lepelaarsplassen in Flevoland, de noordelijke IJssel, het noordelijke Deltagebied bij Haringvliet, en misschien ook rond het Zuidlaardermeer en het Leekstermeer. Of deze locaties ook daadwerkelijk door broedparen worden gebruikt zal de toekomst uitwijzen.

Tot slot nog iets over de naam. Arend en adelaar zijn twee woorden voor dezelfde vogelsoort. Arend is waarschijnlijk afgeleid van arn of orn dat vogel betekent (vergelijk ornithologie). Adelaar is waarschijnlijk een verbastering van  ‘edele arn’ oftewel een edele vogel. Of dit later arend geworden is of dat men oorspronkelijk naast arn/arend speciaal voor de zeearend edele arn/adelaar gebruikte, is niet bekend.

In Nederland noemen ze hem ook wel Eenddoder, Ganzenarend (NBR) of Gaansoarnd (Fr). De naam Visgier verwijst vermoedelijk naar zijn gewoonte om aas te eten. Ook geelkop en witstaart werden gebruikt.

Cobi, Kobi en Beenbreker werd behalve voor de zeearend ook gebruikt voor andere arenden, buizerd en kiekendief. Het Franse cobir betekent letterlijk verpletteren en zowel de naam verpletteraar als beenbreker zou verband kunnen houden met de gewoonte van gieren en arenden om hun prooi op de rotsen te pletter te laten vallen.
Zeearend 4 1 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Zweden: onder de poten van de linker (juveniele) zeearend ligt een brandgans.
De buit wordt met 4 andere zeearenden, bonte kraai en blauwe reiger gedeeld. 

foto: Karin van de Logt