Vogel van de maand: februari/maart 2016                         tekst en foto's: Ans de Bijl

De draaihals (Jynx torquilla)

De draaihals1Ooit draaihals gegeten?

Ten tijde van Nozeman & Sepp die van 1770 tot 1829 werkten aan het boek ‘Nederlandsche vogelen’ behoorde de draaihals tot de eetbare vogels. Zeker in de herfst als ze vet geworden waren, waren ze zeer smakelijk.
Ik heb de kans gehad! In mei 2013 stuurde ene Hans uit Achterveld een mailtje met een foto aan de vogelwerkgroep van IVN den Bosch en vroeg welke vogel tegen zijn raam gevlogen was.

Juist: de draaihals!

Meteen dacht ik aan Brabants Landschap en onze Mari; vroeg dus aan Hans de draaihals in zijn vriezer te bewaren en beloofde hem op te komen halen. Toen dacht ik nog dat Achterveld een straat in Berlicum was, niet ver van mijn woonplaats Rosmalen. Achterveld bleek echter een dorp nabij Barneveld te zijn.

Het toeval wil dat ik vrienden in de buurt van Barneveld  heb wonen; dus op een hele warme zomerdag met koelbox en vele koelelementen ben ik van Leusden via Achterveld naar huis gereden. De draaihals opgehaald; thuis gewogen (hij of zij woog 32 gram) en in mijn viezer  gestopt.  Etiket erop zodat ik me niet kon vergissen als ik een stukje vlees uit de vriezer zou halen.

Tweeëndertig gram, inclusief botjes, veren en andere niet- eetbare delen.  Hoeveel  draaihalzen moet je eten om aan een onsje vlees te komen?

Na een poosje in mijn vriezer gebivakkeerd te hebben is de draaihals nog een tijdje op ‘wintersport geweest’ in de vriezer van onze Mari voordat hij opgezet is t.b.v. Brabants Landschap.

Voordat de draaihals, ook wel mierenjager genoemd, bij de familie van de spechten is gaan horen, was hij ondergebracht bij de familie van de koekoek. Net als andere spechten, zijn bij de draaihals twee tenen naar voren gericht en twee naar achteren.


Het gedrag wijkt wel af van de meeste spechten. De draaihals klimt niet langs boomstammen maar leeft voornamelijk op de grond of hoog in de bomen. Bij gevaar kruipt de draaihals dicht tegen boomtak of de grond, waarbij hij met zijn flexibele hals de kop heen en weer draait. Vandaar de naam draaihals!

Bij bedreiging flitst de draaihals met de tong telkens uit de snavel waardoor er een sissend geluid ontstaat dat op het sissen van een slang lijkt.

De draaihals heeft geen beitelsnavel zoals de andere spechtensoorten, maar een spitse scherpe punt. Door deze zwakke snavel kunnen ze geen nest hakken maar maken ze gebruik van bestaande nesten van mezen, gekraagde roodstaart, bonte vliegenvanger, spechtenholen en nestkasten.

Nog een verschil met andere spechtensoorten: de draaihals blijft niet in Nederland, maar overwintert in Afrika . Dit heeft alles te maken met de wijze waarop hij zijn voedsel zoekt: mieren en mierenpoppen die hij voornamelijk op de grond vindt en met zijn lange, scherpe en kleverige tong naar binnen werkt. In rust ligt die tong dubbel in zijn bek.

Z’n grauwachtige kleur wordt door Jac. P. Thijsse als volgt omschreven: ‘Het is een vreemde verschijning, een zonderlinge klimvogel met een wonderlijk grijs gespikkeld kleed, van verre gezien effen grijs, maar werkelijk geteekend met allerlei mooie puntjes en slingerstreepjes, pijlvlekken en accolades. Bovendien is het zacht als zijde en teer van tint in blauwgrijs en bruingrijs, over het algemeen wel eenigszins herinnerend aan de nachtzwaluwen’.

Dat is toch heel wat mooier omschreven dan ‘grauwachtig’!

 

Bronnen:

Jaarverslag broedseizoen 2014 landelijk NEtwerk voor STudies aan nestKASTboeders  (NESTKAST)

Nederlandsche Vogelen van Nozeman & Sepp

Het vogeljaar door Jac. P. Thijsse