Vogel van de maand: april 2016                                                 tekst: Marie - jose Verbeeten

Bergeend  (Tadorna tadorna)

Bergeend 2

De bergeend is degene die mij met het “vogelvirus” heeft aangestoken. Al wandelend bij Huis te Heide kwam ik deze eend regelmatig tegen. Toen was me de naam nog niet bekend en ben ik eens gaan zoeken naar wat voor eend het eigenlijk was.

De mannetjes en vrouwtjes van de bergeend zijn bijna identiek. Een middelgrote eend met een bont verenkleed. Ze zijn overwegend wit, hebben een donkergroene kop, felrode snavel, kastanjebruine brede halsband, zwarte schouderveren, staartpunt en buikstreep. De bergeend staat hoog op zijn (dof) roze poten.


De mannetjes hebben tijdens de broedperiode (april t/m juni) een flinke knobbel op hun snavel, bij de vrouwtjes is deze kleiner. Van oorsprong leefden de bergeenden langs de kusten en broeden daar in de duinen in holen van konijnen. De bergeend heeft sinds de jaren 70 zijn broedgebied verder landinwaarts uitgebreid, broedt daar in holen van de muskusrat, dichte vegetatie, boerenschuren en vervallen gebouwen. 

Er worden 8 tot 10 eieren per jaar gelegd en uitgebroed in 29 tot 31 dagen. De jongen (nestvlieders) zijn met 45 tot 50 dagen vliegvlug.Bergeenden foerageren voornamelijk in ondiep water maar ook akkers en slikken vormen een ideaal foerageergebied. Ze eten kleine schaal- en weekdieren, maar ze eten ook insecten, zaden en plantendelen.
BergeendVerspreidingBergNietBroedend

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De hoogste aantallen (soms meer dan 100.000 bergeenden) zien we van juli t/m september, in deze maanden ruien de bergeenden hun slagpennen. Ze zoeken elkaar dan voornamelijk op in de Duitse en Nederlandse Waddenzee.

Als ik naar Texel ga zie ik de bergeenden vaak in (grote) aantallen in de Mokbaai. Zo’n mooi gezicht. Ze waden door het ondiepe water, je ziet ze op z’n kop in het water op zoek naar voedsel of liggen uit te rusten op het zand of gras.

bronvermelding plaatjes en foto's: Wikipedia