Vogel van de maand: mei/juni 2016                                      door: Karin van de Logt

Woudaap (Ixobrychus minutus)

kopie Woudaap mei 2016 2 bewerkt
Mijn vogel van de maand, en waarschijnlijk zelfs van heel 2016, is de woudaap.
Afgelopen april heb ik hem voor het eerst van mijn leven gezien tijdens mijn vakantie in Portugal.
De woudaap is de kleinste van de in Europa voorkomende reigers en ongeveer zo groot als een waterhoen. De lengte van snavelpunt tot staartpunt is 33 tot 38 cm en spanwijdte tussen de 49 en 58 cm.

Het is een onopvallend vogeltje dat zich tijdens het foerageren regelmatig aan de rietkraag laat zien. En dan verplaatst hij zich eerder rennend en klimmend door het riet dan vliegend. Zijn voedsel bestaat uit vis, amfibieën en insecten.

Ze broeden in dichte rietkragen en ruigtes met wilgen en biezen, en zijn daarin moeilijk waar te nemen. De wintermaanden worden doorgebracht in tropisch Afrika.
Adulte mannetjes hebben een zwarte kruin en bovendelen en een beige-kleurig lichaam. De grote vleugelvlek is eveneens beige-kleurig. De zwarte delen zijn bij vrouwtjes zwartbruin en de vleugelvlek is leembruin. De snavel is lang en strogeel en de poten zijn grijsgeel tot grijsgroen.
Tot in de jaren vijftig broedden jaarlijks honderden woudapen in ons land. In 1965 werden nog zo'n 225 paren geteld, daarna liep de stand terug tot 20-30 paar rond 1990. Sindsdien zijn het er weer wat meer. Aantal broedparen in Nederland: 30-60 (2011).

Over het ontstaan van de naam woudaap zijn meerdere theorieën :
1. Handig in de rietstengels klauterend aapje, wordt omschreven als je reinste volksetymologie
2. Woudhopje : de roep van de woudaap lijkt qua klank (niet qua ritme) iets op die van de hop. Wanneer we ervan uitgaan dat het vooral het geluid is geweest dat de naam woudaap heeft bepaald dan lijkt woudhopje ook beter dan woudaapje.
3. Waarschijnlijker is dat woudaap is ontstaan vanuit de Middelnederlandse naam wedehoppe voor de hop.
kopie Woudaap mei 2016 1 bewerkt
Mogelijk is deze naam vanwege het geluid integraal overgedragen zonder dat men zich om de correcte biotoopaanduiding in de naam bekommerde (Middelnederlands wede: struikgewas, (wilgen)twijg; Oudsaksisch widu : woud). De naam wedehoppe kan beschikbaar gekomen zijn toen de hop zeldzaam werd in onze streken en men heeft hop en woudaapje in naam verward, ofwel men heeft wegens een gemeenschappelijk kenmerk (het geluid) de naam van de ene soort op de andere overgedragen.

De naam heeft zich vervolgens ontwikkeld van wedehoppe > woudhoppe > woudhopje > woudôp > woudaap.

Waar het in Nederland erg moeilijk is om de woudaap tegen te komen, levert dat in Portugal (Algarve) aanzienlijk minder problemen op. Met een beetje geduld is de woudaap op vele plaatsen in nationaal park Ria Formosa waar te nemen. Zelf heb ik hem gezien in Ludo, waar een vogelkijkhut staat bij een waterpartij op de golfbaan. Naast de woudaap tref je hier ook purperkoet en zwartkopwever aan.

Bronvermelding : ANWB vogelgids, Vogelbescherming & Woordenboek van de Nederlandse vogelnamen.
Foto’s : Marie-José Verbeeten & Karin van de Logt