Vogel van de maand: november/december 2016             tekst: Hannie Nilsen      foto's: Jan Wolfs               

 Winterkoning (Troglodytes troglodytes)

winterkoning2De winterkoning kan zich met recht een lbb-tje, een little brown bird, noemen. Na de goudhaan en de vuurgoudhaan is het de kleinste vogel in Nederland en op het eerste gezicht is hij inderdaad bruin. Pas als je beter kijkt, ontdek je de fijne tekening van donkere dwarsstrepen op de vleugels en de parmantig omhoog stekende staart. Een zeer herkenbaar vogeltje. 
Hij is weinig kieskeurig wat biotoop betreft. Vrijwel overal in Europa, in parken, bossen, tuinen en duinen, langs meanderende beken, zelfs hoog in de bergen boven de boomgrens.…. overal waar hij zich een beetje schuil kan houden in de onderbegroeiing zie je de winterkoning, op zoek naar kleine insecten die hij met zijn spitse snaveltje overal tussenuit peutert. Hoewel zien? Vaker hoor je hem, luidkeels zingend maar dan kost het vaak nog wel enig speurwerk om hem te lokaliseren. Zijn liedje is ook vrijwel het hele jaar door te horen en makkelijk herkenbaar. Hij laat zich luid en duidelijk horen met een ongekend volume voor zo’n kleine vogel.

De zang bestaat uit een verzameling losse heldere tonen met in het midden een triller net zoals in zijn naam: ti tju tju si ti  tititiitrrrrrrrrrrrrrrrr titititi tieee. Hoor je hard en duidelijk deze strofe steeds opnieuw dan hoor je de winterrrrrrrrrrrrrrkoning. En als je het liedje eenmaal herkent, merk je al gauw hoeveel winterkoningen er zijn. 
Waarom deze algemeen voorkomende, onopvallende vogel dan als vogel van de maand?
Al jaren zit hij in onze tuin. Iedere dag zie ik hem wel even, scharrelend langs de schutting, hier en daar wat eetbaars wegpikkend. ’s Winters is hij wat opvallender aanwezig, in een uitgebloeide bolchrysant of bij de havermout die speciaal voor hem uitgestrooid wordt. Vorig jaar waren er zelfs jongen maar het lukte ons niet te ontdekken waar ze gebroed hadden. 

Afgelopen voorjaar was het raak. Hij, want het mannetje zorgt voor de nestbouw, vloog af en aan met takjes. Na enig speuren ontdekte we zijn bouwsel, onder een afdak bovenop een veger die ondersteboven aan een muur hing. Niet echt een veilige plaats om je eieren te leggen. Enige dagen later vloog hij nog steeds met takjes, nu richting buren. Tot hij plotseling weer van idee veranderde en met zijn takjes in een grote takkenmand naast de keukendeur  dook. Goed in het zicht vanuit de huiskamer. Wat een feest. Onafgebroken werden  twijgjes aangesleept, er was een grote opening die opgevuld moest worden. Daarna kwamen de mosjes die hij uit de tuin haalde. Vervolgens werd er weer druk met twijgjes gesjouwd waarmee hij duwend en trekkend een ronde invliegopening maakte met een klein schuin afdakje zodat het zeker niet binnen zou regenen.  Tussendoor vloog hij steeds naar de schutting om daar aan alle winterkoningvrouwen in de omgeving  kenbaar te maken dat hijgenoeg had van het single-bestaan.
NestjeWinterkoninkjeLinks 1NestjeWinterkoninkjeRechtsEn warempel, ineens waren er twee winterkoninkjes. Het mannetje ging met dezelfde energie verder met de nestbouw, nu stoffeerde hij de binnenkant met hortensiablaadjes. Zij bracht af en toe ook een blaadje naar binnen maar zat verder vooral te genieten van het zonnetje en af en toe een lekker rupsje. Of was het andersom en stond het vrouwtje voor de stoffering? Wij hebben het niet kunnen ontdekken, ook al omdat er nu bijna niet meer gezongen werd. En in het verenkleed is geen verschil. Regelmatig zagen we ze allebei in het nestje. Ondertussen strooiden we verdorde hortensiablaadjes die dankbaar gebruikt werden. We meden angstvallig dat deel van de tuin en de planten in de mand stierven zonder water een stille dood. We lazen over 5-6 witte eitjes, nauwelijks 1 cm groot met kleine rode stippen die in 2 weken uitgebroed zouden worden. We droomden van jonkies met verfrommelde staartjes die na nog eens 2-2,5 week uit het nestje zouden komen. 

Maar helaas, het werd geen happy end. Plotseling waren ze verdwenen. Even hoopten we nog dat het vrouwtje zat te broeden en dat het polygame mannetje al weer op zoek was naar een nieuwe verovering. Misschien is er zelfs wel gebroed maar wij hebben geen jonkies  of ouders met voer gezien dus waarschijnlijk is het nest verlaten. Oorzaak onbekend! Het kan natuurlijk een sperwer of andere predator geweest zijn maar even zo goed kan de voorkeur van het vrouwtje uiteindelijk toch naar een ander bouwsel uitgegaan zijn. Want bij de winterkoning bouwt de man meerdere nestjes waarna het vrouwtje er een uitkiest. Maar zelfs zonder dat er eitjes gelegd en uitgebroed werden, waren wij diep onder de indruk van de energie en de techniek die het mannetje liet zien bij de bouw van zijn nest. Wat een kunststukje, een koninklijk paleisje. Toch is dat nu niet het gene waar hij zijn naam aan te danken heeft. Waarschijnlijk is het feit dat hij ook ’s winters luid en krachtig zijn liedje zingt de juiste verklaring. Maar juist dan leggen veel van deze kleine vogels het loodje. Ze proberen weliswaar samen in een bolletje bij elkaar de warmte vast te houden, vaak in een oud nestje. Daarbij schakelen ze over op zaden en bessen. Maar langdurige kou en gebrek aan voedsel wordt hen toch vaak funest. Geen echte winterkoning dus.
winterkoning1
Zou het dan toch waar zijn dat hij zijn naam aan zijn slimmigheid te danken heeft? Lang geleden besloten namelijk de vogels dat ook zij hun eigen koning wilden hebben. De sterke arend? De wijze uil? De prachtige Jan-van-Gent? Ze besloten dat degene die het hoogst kon vliegen deze eretitel zou krijgen. De veldleeuwerik, een ooievaar, een gierzwaluw………… ze kwamen allemaal tot grote hoogtes maar uiteindelijk moesten ze hun meerdere erkennen in de machtige zeearend die moeiteloos nog wat hoger zweefde om zich daarna als een koning naar beneden te laten vallen. Op dat moment vloog er een klein pluizenbolletje onder zijn vleugels vandaan dat nog een meter hoger vloog en daarna luidkeels verkondigde dat hij nu de nieuwe koning was. De vogels sloten een compromis, waarbij de zeearend ’s zomers heerser van het luchtruim was en het pluizenbolletje de winterkoning werd. Trots met zijn staartje in de lucht maar nog steeds een beetje bang voor de wraak van de andere vogels. Vandaar zijn leven in de beschutting van dicht, laag struikgewas. Maar als je dan goed luistert, hoor je hem: ik ben de winterrrrrrrrrrrrrrrrkoning. Hoera!

Bronnen:
Thieme’s Vogelatlas     Pforr Limbrunner
Wat zingt daar?           Dick de Vos en Luc de Meersman
Natuurverhalen           Els Baars