Vogel van de maand: maart 2017
door: Hannie Nilsen

Grote Zilverreiger (Ardea alba) deel II

Grote zilverreiger 2Hij is in alle werelddelen te vinden maar was bijna uitgeroeid vanwege zijn zeer gewilde veren. Nu een fenomenale opkomst in Nederland van nul in de jaren zeventig naar ongeveer 200 broedparen en 2500 overwinterende vogels nu. Dat is in het kort de geschiedenis van de grote zilverreiger.Ongeveer 50 jaar geleden was de grote zilverreiger een vogel die de meeste vogelaars in Nederland alleen van plaatjes kenden. Zo schrijft men in de Prisma Vogelgids van 1961: zeldzame dwaalgast.

In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd hij al wat vaker gezien en in 1978 broedde er een enkel paartje in de Oostvaardersplassen. Jarenlang bleef het bij enkele paartjes in dit gebied maar sinds de eeuwwisseling zijn de aantallen enorm toegenomen. In de Broedvogelatlas uit 2002 werden 1 en 2 broedparen genoemd voor de jaren 1998 en 1999. Voor het onderzoeksjaar 2000 was dat aantal toegenomen tot 11 broedpaartjes maar niemand vermoedde toen dat dit aantal zich zo snel uit zou breiden.

In de Oostvaardersplassen broeden inmiddels 150 paartjes en jaarlijks brengen 2500-4000 grote zilverreigers bij ons de winter door. Je vindt ze in heel Nederland, ook in onze directe omgeving. Op de Kampina of de Regte Hei, bij de Leemputten of aan het Leikeven, een grote zilverreiger is geen ongewone verschijning meer. In sommige gebieden, vooral in Oost-Nederland, zie je soms op één dag meer grote zilverreigers dan hun blauwe familieleden. En bij de midwintertelling in januari 2014 telde men op iedere 10 blauwe reigers maar liefst 6 grote zilverreigers. 
zilverreiger H
Deze verschuiving wordt toegeschreven aan toegenomen bescherming, verbetering van de habitat en de opwarming van de aarde. De relatief milde winters in West-Europa zorgen voor weinig problemen voor de zilverreigers. Tijdens koudere winters trekt een deel weg naar Zuidwest-Nederland, waar veel water open blijft. Zelfs dan lijken de grote zilverreigers opvallend weinig last te hebben van de kou. De blauwe reiger lijdt duidelijk wél onder de reeks koudere winters van de afgelopen jaren. De sterfte is in zulke winters groot en de vroeg in het voorjaar broedende blauwe reiger kan dan pas later beginnen met de eileg. Ook de kleine zilverreiger is minder opgewassen tegen periodes met vorst.
zilverreiger H2Tot 2013 werd er vrijwel alleen gebroed in de Oostvaardersplassen (2013: 195 broedpaartjes). Maar de laatste jaren zijn er ook een kleine kolonies gevonden elders in het land. Vooral dankzij de sterke groei van de kolonie bij Makkum werd 2015 een topjaar met minimaal 224 broedparen in Nederland.In 2016 werd dit record vervolgens ruim overtroffen met 290-318 getelde broedparen. De belangrijkste kolonies (Oostvaardersplassen, Lepelaarplassen en Makkumer Noordwaard) werden twee maal vanuit een vliegtuig geteld. Mogelijk waren hierbij enkele dubbeltellingen door verplaatsing. In totaal vond men in het IJsselmeergebied minstens 273 nesten en mogelijk zelfs 301. Op 3 andere locaties werden nog 17 paartjes geteld. In een kolonie in het Volkerakmeer werden 8 jongen voorzien van witte pootringen met zwarte letters. Dat deze vogel toch op de Rode Lijst staat heeft deels te maken met de traagheid van het systeem en deels met zijn broedbiotoop, uitgestrekt rietland met hoog waterpeil. In 2004 werd de soort nog als kwetsbaar geregistreerd omdat hij slechts op één locatie in Nederland broedde. Inmiddels broedt de vogel op meerdere plaatsen maar door de geringe beschikbaarheid van zijn broedbiotoop zal hij als broedvogel mogelijk zijn kwetsbare status houden.
broedparenNiet alleen in Nederland maar in heel Europa is deze van oorsprong mediterrane vogel bezig aan een opmars. In 2005 was het eerste broedgeval in Litouwen een feit, en verder broedt hij inmiddels ook in België, Duitsland, Slowakije, Polen en Wit-Rusland. Maar vergeleken met de landen om ons heen geniet Nederland een duidelijke voorkeur. Ter vergelijking: in Engeland, België en Duitsland zijn de eerste (geslaagde) broedpogingen pas in 2012 vastgesteld.Ook bij overwinteraars lijkt Nederland favoriet. Twee jaar geleden hadden we een witte kerst. Geen sneeuw maar een explosie van deze grote witte wintergasten. Overdag foerageren ze in de omgeving, ’s avonds vliegen ze over kilometers afstand naar een gezamenlijke slaapplaats, altijd in de buurt van water. Een goede gelegenheid om ze dan te tellen. Soms slapen er enkele bij elkaar, meestal in bomen, maar in koude winters zie je grote groepen van wel 200 vogels. Dan staan ze ook wel dicht bij elkaar op het ijs te slapen.Winter 2016-2017 lijken de aantallen echter beduidend lager te liggen dan in de twee voorgaande winters waarbij een relatie met het aantal veldmuizen steeds waarschijnlijker wordt. Niet alleen de broedparen, ook de aantallen van overwinterende zilverreigers liggen bij onze buren een stuk lager: 34 (Engeland), 250-300 (België) en 1000-3000 (Duitsland). 

Foto’s: Thomas van der Es
Grafieken: Sovon
Bronvermelding: Sovon