Vogelexcursie Zeeland
18 februari 2017

Brandganzen geringdBrandganzen-geringdAltijd spannend wat we op onze vogelexcursies zullen zien, maar vandaag vertrekken we voor een echte Vogel Mistery Tour, zoals Jan spitsvondig opmerkt. Optimistisch beginnen we bij de Ventjagers-platen. We zijn vooral aangewezen op onze oren maar zo ontdekken we toch koperwieken, kramsvogels, waterral,  vinken en putters. Het heeft wel wat. Ook bij de hut is het aantal soorten beperkt maar wat zijn ze mooi. Vlak voor ons, tegen een vrijwel ondoordringbare witte muur staat een groep kolganzen.
Prachtig om te zien, de witte bles boven de snavel, de zwarte strepen op de buik en de juvenielen in de groep. Achter de kollen grondelen nog enkele pijlstaarten en af en toe komen wat andere watervogels uit de mist te voorschijn. Om meteen weer te verdwijnen. Een schim boven het riet blijkt een kiekendief maar ook die is verdwenen voor we goed hebben kunnen kijken welke soort het is. Even later verdwijnen de ganzen in volle vaart, luid alarmerend. Zo goed te horen, en tegelijkertijd zo onmogelijk ze te ontdekken in de dichte mist.          
TELLIJST

Datzelfde geldt voor het natuurgebied langs de ventweg. Normaal altijd goed voor leuke waarnemingen. Nu zijn zelfs de elektriciteitsmasten waarin we de zeearend hoopten te vinden, verdwenen in de mist.
Richting Stellendam, maar daar is het al niet beter. Enkele leuke soorten zoals steenloper, middelste zaagbekken en krakeenden zien we dichtbij in de haven maar ook de slikplaten hier zijn letterlijk in nevelen gehuld. Een wandeling naar vogelkijkhut  ’t Kiekgat is een prima alternatief maar veel meer dan een Cetti’s zanger levert het niet op. De 27 toppers die hier gisteren gezien zijn, zitten er misschien nog wel maar dan uit het zicht.

Brouwersdam dan maar. Volgens buienradar is het zicht inmiddels 200 meter en dat kan wel kloppen: 50 meter voor en achter ons, en 50 meter links en rechts is het zicht alleszins redelijk. Al zal het zeker anders bedoeld zijn. Maar eigenlijk is dat niet eens zo erg. Want juist omdat het onmogelijk is op zoek te gaan naar duikers, zee-eenden en andere aan zee gebonden soorten, kunnen we onze aandacht nu richten op de vogels die we normaal nog weleens over het hoofd zien. Zoals de zilvermeeuwen die keer op keer een scheermes uit het ondiepe water halen om het schelpdier vervolgens vanaf enige hoogte te laten vallen. Op hetzelfde  moment zijn ook meteen de steenlopers dan present die goed schijnen te weten dat er voor hen wat restjes overblijven nadat de meeuwen zich tegoed gedaan hebben aan de inhoud. Ook leuk: drie baltsende bontbekplevieren die zich verraden door hun opgewonden lululu-roepje.


Langzaam rijden we verder richting spuisluizen en steeds duiken er toch weer nieuwe soorten op. IJseenden en zwarte zee-eenden, beter gezegd veel ijseenden en heel veel zwarte zee-eenden. Ook enkele grote zee-eenden zwemmen in de groep, en er zijn brilduikers en zaagbekken. En dan ineens breekt de lucht open en zien we dezelfde soorten nog veel mooier in het zonlicht. Zoals een groep eidermannetjes in zwart-wit met een mintgroene vlek in de nek. Paarse strandlopers, drieteentjes, roodkeelduikers, geoorde fuut, kuifduiker…. De lijst breidt zich gestaag uit. Een overvliegende veldleeuwerik, een geringde meeuw of scholekster of een nieuwsgierige zeehond? Alles is de moeite waard, het is lekker in het zonnetje en we hebben het prima naar onze zin. Daar kan zelfs een lege accu of gebrek aan geschikte sanitaire voorzieningen niets aan veranderen. We lossen het wel op.

Tenslotte vertrekken we richting Plan Tureluur om ook nog een stukje Zeeland mee te pikken. Dat was uiteindelijk het excursiedoel. Vanaf de noordkant hebben we een prachtig uitzicht over het gebied. Grote groepen goudplevieren, kluten, kemphanen, slechtvalk, zwarte ruiter…….. ook hier raken we niet uitgekeken waardoor de tijd aan de andere kant van de provinciale weg beperkt is. Want zo langzamerhand wordt het licht weer slechter en raken ook wij voldaan. Met een laatste stop om heel misschien de velduil nog te zien, sluiten we de dag af. Helaas zonder velduil maar met toch nog 81 verschillende soorten op de teller.

Nog een aanvulling:

De codes van de geringde vogels die we tijdens deze excursie zagen zijn doorgegeven. Helaas waren van de brandgans geen ringgegevens bekend maar de eerste melding is van 30 juli 2007 uit Arkhangelsk in Rusland. De daaropvolgende winter werd hij enkele malen in Friesland gezien waarna hij de zomer weer in Arkhangelsk gespot werd. Vervolgens werd hij in 2009-2012-2013-2014 gedurende de winter steeds enkele malen in Zeeland waargenomen waar we hem nu ook zagen. Met uitzondering van de meldingen uit Arkhangelsk zomer 2007 en 2008 zijn er  verder geen meldingen buiten  de periode december-april, ook niet uit Nederland. Goed mogelijk dus dat deze bijna 10-jarige brandgans (of ouder) ieder jaar de lange reis van ruim 2600 km naar zijn broedgebied in Rusland heeft ondernomen om vervolgens hier bij ons de winter door te brengen. Een topprestatie!
De geringde scholekster is een stuk minder avontuurlijk. Die wordt vooral gezien bij de Brouwersdam vanwaar hij af en toe een uitstapje maakt naar de Maasvlakte waar hij ook geringd is.
Van de zilvermeeuw is nog niets bekend.

Tekst:   Hannie Nilsen
foto’s:  Marie-José Verbeeten