Excursie Limburg
5 maart 2017

Vergezicht1Met een klein groepje vertrekken we richting Zuid-Limburg. Is het de slechte weersverwachting? Het doel van de excursie? Of gewoon druk en geen tijd? Wij hebben er in ieder geval zin in en met z’n viertjes staan we anderhalf uur later op de parkeerplaats bij de Enci-groeve.

Onze eerste waarnemingen zijn enkele salamanders, helaas ernstig beschadigd. Verkeersslachtoffers? Opvallend is de oranje buik, en in combinatie met onze locatie noemen we het een vuursalamander. Leuke waarneming, nieuwe soort. Maar we slaan de plank mis, van verschillende kanten worden we gecorrigeerd. Het blijkt een Alpenwatersalamander te zijn.                   TELLIJST     

 

Met onze vogelwaarnemingen gaat het gelukkig beter, we ontdekken vrijwel meteen een vogel die we wel correct op naam kunnen brengen: een oehoe . Goed gecamoufleerd zit hij tussen de struiken, enkel een witte bef verraadt hem. Even later ontdekken we vanuit een andere hoek nummer 2, in het zonnetje in een nis, beschut tegen de wind. Dat geldt niet voor ons, ondanks dat lekkere zonnetje blijft het guur door de wind.
Verder is het hier rustig met vogels, lijkt het. 

Vanaf het nieuwe uitzichtpunt hebben we een mooi overzicht over de groeve, helaas zonder vogels. Totdat we de telescoop op het water beneden ons richten: 3 blauwe reigers, een stuk of 10 wilde eenden, een dodaars en enkele meerkoeten. Met het blote oog niet zichtbaar. Dit zegt wel iets over de afmetingen van de groeve, de afstanden zijn aanzienlijk groter dan je eigenlijk denkt. Via een omweg waarbij we verrast worden door een groene specht en de tjiftjaf die ineens overal zingt, komen we terug bij de auto.


Tweede stop is Puth. Het hamsterreservaat is bedoeld voor de korenwolf maar ook vogels vinden hier een goed voorziene dis. Spectaculair zijn alle roofvogels en de grote groep geelgorzen die je prachtig kunt zien. We hopen op een grauwe gors (die zich ook even laat horen) maar het is lastig. Steeds vliegt een groep van 60-100 vogels op om meteen weer elders in te vallen en dan onmiddellijk te verdwijnen achter de klompen klei op de pas-geploegde akker. De geelgorzen zijn nog wel goed te onderscheiden, de rietgors met zijn witte staartzijden en de vinken met een witte vleugelstreep ook maar bij de grauwe gors wordt het een moeilijk verhaal. Temeer daar hij zich ook niet meer laat horen. Een zekere waarneming blijft uit. Maar 3 vrouwtjes blauwe kiekendief, laag wiekelend over de akkers, en een groot aantal torenvalkjes en buizerds zorgen voor een mooi schouwspel.

We rijden nog wat door de buurt waarbij vooral het grote aantal grote zilverreigers opvalt. Om echt op zoek te gaan naar die grauwe gors trekt ons niet, we genieten liever van wat we tegen komen. Zo maken we een speciale meeuwenstop om de kokmeeuw en stormmeeuw eens goed te vergelijken en genieten bij Etzenrade (Tommerwegske) van de grote groepen kneutjes. En een mooie groep van 5 reeën.
Als derde hotspot staan de plassen bij Heel op het programma waar altijd wel leuke soorten te zien zijn. Helaas, als we daar aankomen zijn ook de eerste buien net gearriveerd. We vermaken ons nog een poosje onder het afdak van een pompstation maar de Lange Vlieter is groot en de zaagbekken en mogelijke kuifduikers bevinden zich ver weg. Een brilduiker laat zich even mooi zien en ook de futen zijn in volle gang met hun balts. De meeste aandacht gaat naar een fuut die met een veel te grote vis worstelt. Keer op keer probeert hij hem naar binnen te werken en tot onze grote verbazing lukt het hem uiteindelijk ook nog. Mooi om te volgen.
Jammer genoeg is het ondertussen alleen maar harder gaan regenen en besluiten we dat het tijd is naar huis te gaan. Géén grauwe gors, géén kraanvogels (die afgelopen week zeer frequent gezien werden), geen rode wouw en geen krooneenden maar toch 49 andere soorten en vooral een zeer gezellige excursie.
Aanvulling:
De Lange Vlieter, een bekken dat ooit is ontstaan door een grindafgraving, heeft een totale inhoud van ongeveer 25 miljoen kubieke meter en meet op het diepste punt 35 meter. Met de nabijgelegen WML-Plas (Waterleiding Maatschappij Limburg) staat de plas jaarlijks garant voor de productie van 20 miljoen kubieke meter schoon drinkwater. WML probeert ook de directe omgeving van het waterbekken weer te laten uitgroeien tot een waardevol natuurgebied en is daarmee al een heel eind op weg. Akkers worden weer beheerd zoals dat vroeger gebeurde: rogge en klaprozen trekken veel vlinders aan. Graslanden worden maar weinig gemaaid om de bloemenpracht tot hun recht te laten komen en langs de oevers van het waterbekken groeien onder andere riet en lisdodde, waarin vogels, kikkers en salamanders zich thuis voelen.
(Bron: waterwandelingen en Waterweetjes, VEWIN)
Tekst: Hannie Nilsen
Foto’s: Marie-José Verbeeten
Bart van Beerendonk