Vogelexcursie de Groene Jonker
26 augustus 2017

FilevormingPDe dag begint met file
Een gezellig groepje enthousiaste vogelaars, warm en zonnig weer en een mooi vogelgebied…………….alle ingrediënten voor een leuke excursie zijn aanwezig. Maar het verkeer werkt niet mee, net voor Utrecht staan we muurvast vanwege een auto-ongeluk verderop op de A2.

Gelukkig niet ernstig maar voor we weer rijden zijn we ruim een uur verder. Wel met nodige soorten op de lijst, ook vanaf de snelweg kun je vogels spotten. Uiteraard zien we verschillende soorten ganzen en meeuwen, maar ook bijvoorbeeld een halsbandparkiet en een sperwer. TELLIJST

Het echte vogelen begint als we de afslag naar Zevenhoven nemen (Polder Groot en Klein Aa). Op het eerste pas gemaaide weiland beweegt van alles, vooral een flink aantal witte kwikstaarten met jongen. Ooievaars en blauwe reigers foerageren hier en achter in het veld staat een wat schuwere purperreiger. Hoe langer we kijken, des te meer we ontdekken. Kneutjes, bijna niet te zien tegen de hoopjes zand met gedroogd gras, en vrolijk gekleurde putters die hun jongen in de struiken voeren. Een buizerd op een paaltje en eentje in het weiland. Hoewel, die laatste is wel erg bruin met een opvallend lichte, roomgele kop. Inderdaad, als we beter kijkt blijkt het een juveniele bruine kiekendief te zijn.

Onze eerste indruk bij de Groene Jonker is een lichte teleurstelling ! Waar zijn alle plasjes en slikranden? Het plassengebied waar we vorig jaar augustus genoten van grote groepen watersnippen, waterral en allerlei andere steltlopers blijkt helemaal dichtgegroeid. Maar gelukkig valt er verderop nog genoeg te zien. Steltlopers maken het ons soms moeilijk in deze tijd van het jaar. Zomerkleed, eclips, juveniele vogels …….. Witgatjes en bosruiters zorgen voor enige discussie, evenals een oeverlopers die in zomerkleed nog wat lastiger te herkennen is.

Tussen de kievieten lopen een paar kemphanen, een enkele scholekster en zelfs een late grutto. Op de slikrand staat een zwarte ibis en even later roept iemand ‘goudplevier’. Deze laatste is aanvankelijk moeilijk terug te vinden, af en toe steekt hij zijn kopje boven de begroeiing uit. Maar even later vliegt een hele groep goudplevieren over. Sommige nog gedeeltelijk in zomerkleed met zwarte buik en borst, andere al in winterkleed waardoor bij het opvliegen dat karakteristieke klerenbeeld van afwisselend wit en bruin ontstaat. Prachtig in de zon die inmiddels knap warm begint te worden.Ook eenden zijn nog volop in de rui waardoor determinatie soms nog lastig is. In alle opzichten is dit een overgangstijd, een fazant scharrelt met nog kleine jongen langs de waterkant, zwaluwen en lepelaars zijn ook nog volop aanwezig terwijl de eerste wintergasten zoals de goudplevieren alweer gearriveerd zijn. Deze overgang lijkt overigens steeds minder scherp te worden. Brandganzen broeden inmiddels in Nederland en niet alle lepelaars en ooievaars trekken ’s winters weg.Vroeger dan verwacht zijn we terug bij de auto’s. Nadat we ons zelf bij de plaatselijke super voorzien hebben van water en ijs, besluiten we nog een kleine omweg te maken langs de Zouweboezem. Dit vogelrijke gebied voegt echter niet veel toe, de zwarte sterns zijn vertrokken, de broedvlotjes alweer begroeid. Een kuifeend, een waterhoen en een fuut met bedelend jong zijn de enige vogels die we hier vanaf het uitkijkpunt zien. Ook de purperreigers hebben zich vanuit hun broedgebied verspreid, hier en daar ontdekken we er een in een weiland op zoek naar voedsel. De roodborsttapuit is de enige waarneming hier die we nog toe kunnen voegen aan de lijst die inmiddels toch 75 soorten bevat. Maar desondanks is het vooral fijn om nog even buiten te zijn en te genieten van deze onverwachte zomerdag.

Tekst: Hannie Nilsen
Foto’s: Karin van de Logt, Marie-José Verbeeten