Zwaluwen

De werkgroep
Binnen de vogelwerkgroep vinden we een aantal kleinere werkgroepen die zich speciaal op enkele soorten richten. Zo is er een groep die zich bezig houdt met inventarisatie en nestgelegenheid voor de grote gele kwikstaart en een andere groep die zorgt voor broedgelegenheid voor de ijsvogel. Ook is er een uilenwerkgroep  die allerlei activiteiten ontplooit voor het behoud van ransuil, steenuil, kerkuil en bosuil.  DSC99301De gierzwaluwDaarnaast is er sinds 2009 een gierzwaluwwerkgroep actief. Min of meer bij toeval zijn de werkzaamheden van deze werkgroep uitgebreid naar het werkgebied ‘zwaluwen’. Voor de leek een logische stap maar voor de vogelkenner misschien minder begrijpelijk. Een gierzwaluw is immers geen familie van de echte zwaluwen.

Maar logisch of niet, de afgelopen jaren hebben we ons binnen de gierzwaluwwerkgroep bezig gehouden met het plaatsen van huiszwaluwtillen en informatiepanelen over het doen en laten van deze zomergast.
Ook adviseren we soms over mogelijkheden met betrekking tot broedgelegenheid voor de boerenzwaluw en assisteren we vogelwerkgroep Midden-Brabant bij werkzaamheden aan de oeverzwaluwwal bij de Leemkuilen.

Op deze site zullen we proberen regelmatig verslag te doen van onze activiteiten en  ‘onze’ zwaluwen. Voor vragen, tips en opmerkingen kunt u ons bereiken via

De zwaluw
Al van oudsher is de zwaluw een graag geziene vogel. In het oude Egypte werd de gierzwaluw gemummificeerd en in de doodskist gelegd als een symbool voor een goede reis naar het hiernamaals. De boerenzwaluw stond in die tijd al symbool voor het begin van de lente, voor de komst van warmere en langere dagen. Veelvuldig werd hij als geluksbrenger afgebeeld op vazen en sieraden.

Huiszwaluw 1 Rene van Rossumm1De huiszwaluwRotsen en bomen waren geschikte broedplaatsen maar ook Romeinse aquaducten en onze Middeleeuwse kastelen boden volop plaats aan de vogels om hun eieren uit te broeden en hun jongen groot te brengen. In de Middeleeuwen ging men zelfs nog een stapje verder, er werden speciale torens gebouwd of aparte neststenen ingemetseld die het mogelijk maakten om een deel van de jonge vogels te ‘oogsten’, een welkome aanvulling op de dagelijkse maaltijd.
Helaas biedt onze manier van bouwen tegenwoordig veel minder mogelijkheden om een nestplaats te vinden. Kapotte dakpannen worden vervangen, onregelmatigheden dichtgemetseld. Men maakt vaker gebruik van kunststof materialen waarop de nesten geen houvast vinden en stallen worden vaak hermetisch afgesloten. Om toch een nest te bouwen, zijn de zwaluwen steeds meer van de mens afhankelijk. Nestkasten, kunsstofkommetjes of huiszwaluwtillen zijn enkele mogelijkheden om de broedgelegenheid uit te breiden.

Geldt dit voor alle zwaluwen? En broeden ze allemaal aan, in of op onze huizen? Kunnen we ze allemaal dezelfde soort nestgelegenheid aanbieden? Of is er onderscheid tussen de verschillende soorten?

In Nederland broeden 3 soorten zwaluwen: de huiszwaluw, de oeverzwaluw en de boerenzwaluw. Van deze drie soorten zijn zoals de naam het al zegt de huis- en boerenzwaluw voor hun broedplaats afhankelijk van onze bebouwing.

De boerenzwaluw broedt binnen, in stallen en schuren. De huiszwaluw bouwt zijn nestboerenzwaluw.6119 1 11De boerenzwaluw bij voorkeur onder een overstek van gebouw of brug.  Beiden maken een nestje van leem waarbij de boerenzwaluw het kommetje nog extra versterkt met strootjes. De oeverzwaluw graaft een lange gang in een zandige oever en legt hier zijn eitjes. Helaas verdwijnen ook deze locaties langzamerhand uit het landschap. Wij kunnen ze helpen door plaatsen aan te bieden waar ze hun nestjes kunnen bouwen zoals bijvoorbeeld een huiszwaluwtil. Hierbij is de aanwezigheid van leem of klei erg belangrijk. Ook wordt soms gebruik gemaakt van halve of hele kant-en-klare kommetjes.

Voor de oeverzwaluw worden aan de rand van het water soms speciale (kunststof) wanden aangelegd. Deze worden jaarlijks onderhouden.

 

De gierzwaluw is ondanks zijn naam géén zwaluw. Door zijn uiterlijk en gedrag heeft men lange tijd gedacht dat deze zomerse insecteneters allemaal aan elkaar verwant waren maar DNA-onderzoek laat iets heel anders zien.  De vogel behoort niet tot de zwaluwen maar is familie van de kolibries. Er is echter wel een overeenkomst: ook deze zomergast is meer en meer afhankelijk van de mens om een broedplaats te vinden. Dit wordt gedaan door neststenen in te metselen of gierzwaluwkasten op te hangen waarin de vogel zijn nestkom kan bouwen.

Als laatste ‘zwaluwsoort’ de nachtzwaluw. Ook dit is geen echte zwaluw, de nachtzwaluw behoort tot een geheel eigen familie. Hij broedt in natuurgebieden en zolang wij zorgen dat er voldoende geschikt biotoop is, kan deze vogel zich prima redden zonder hulp van ons.

Meer informatie over deze soorten en over de activiteiten die wij voor deze vogels ontplooien, vindt u bij iedere soort afzonderlijk.