Zoogdier van de maand september

Kempisch Heideschaap

Dit keer als zoogdier van de maand een prachtig zoogdier dat iedere Brabander kent, het Kempisch Heideschaap. Waarom zullen jullie je afvragen, want dat is toch een huisdier of gehouden dier? Dat is het zeker, maar honderden jaren heeft dit prachtige zoogdier ons Brabantse land belopen en dus wordt het tijd, dat we in deze rubriek eens stilstaan bij dit mooie zoogdier.

Bijna verdwenen

Wat veel mensen niet weten, is dat het prachtige Kempische Heideschaap  er nog is dank zij de inzet van Willem Iven, boswachter, en dierenarts Jan Wille. In 1967 hebben zij het bijna uitgestorven Kempische Heideschaap voor de toekomst behouden. Beide heren hebben destijds een fokprogramma opgezet  met de vijf laatste overgebleven Kempische  Heideschapen en zodoende ervoor gezorgd, dat we nu nog steeds kunnen genieten op de Brabants heidevelden van deze mooie grazers.

NAMO82849      NMRG8482

Zoogdier van de maand juli en augustus; Wisent

Op 10 september 2016 ging de Zoogdierenwerkgroep op excursie naar de Wisenten in natuurgebied De Maashorst in de omgeving van Nistelrode. Met een speciaal opgeleide IVN gids gingen we het afgesloten gebied in waar de Wisenten zijn uitgezet. De Europese bizon (Bison bonasus) of wisent is het grootste landzoogdier in Europa en wordt ook wel de “Koning van het Woud” genoemd. Eeuwen geleden kwam het dier zo goed als overal in Europa voor, maar de aanhoudende jacht leidde tot het uitsterven van de soort in het wild in 1927. Amper 54 exemplaren bleven over in gevangenschap.

DSC 0748

Zoogdier van de maand juni; damhert

In verband met ons maandelijks “zoogdier van de maand” artikel, ben ik gevraagd om iets over damherten te schrijven en eigenlijk is dat niets voor mij. Waarom zal je vragen, nou eigenlijk heel simpel; ik heb niets met damherten. Heb ook niets tegen damherten, maar om er iets over te schrijven, kost mij toch heel veel moeite. Voor mij zijn damherten juist die beesten, die je vaak ziet in hertenkampen en daar ga ik niet snel naar toe. Ga liever kijken naar dieren die vrij leven, zoals de reeën en edelherten. En ik weet wel ze komen ook in het wild voor en dan voornamelijk op de Veluwe en in de duinen, zoals de Amsterdamse Waterleiding Duinen, de AWD. Toch ga ik hier wat opschrijven ter kennismaking met dit middelgrote hert.

Naam

Allereerst waar komt die naam dam in dit hert in hemelsnaam nu vandaan? Gelukkig is dat terug te vinden. Het woord dam komt oorspronkelijk van ‘dama’ Dit is weer terug te voeren op het Indo-Germaans en Perzische woord Dama en dit betekent zoiets als ‘tam’ of ‘huisdier’. De wetenschappelijk naam is Dama dama, dus hier in wordt nog eens extra bevestigd dat het zeker een huisdier is. Misschien daarom een beetje antipathie van mij voor damherten. Goed, dat is dus verklaard en dan ook maar gelijk het woord hert verklaren, want dat komt van het Germaanse xeruta. En xeruta betekent gehoornd dier, en een gewei hebben herten zeker. Geen hoorn, dus eigenlijk had het misschien geweid dier moeten betekenen, maar dan kom je weer in conflict met de kerk, denk ik? Aan de andere kant vallen ook de holhoornigen (runderen etc.) onder de orde van Evenhoefigen.

Damhert hindes

Zoogdier van de maand mei; de bosmuis

“Wat ik vandaag toch heb meegemaakt; nog angstiger dan wat Hans en Grietje beleefden nadat ze bij het Koekhuisje van de heks aankwamen. Het begon ongeveer hetzelfde. Lopend over de paadjes door het bosstruweel en op zoek naar iets eetbaars rook ik de onweerstaanbaar lekkere geur van een boterham met pindakaas. Die had ik al snel gevonden. Het lag verborgen in een soort holle boomstam die er eerder nog niet had gelegen. Ik vertrouwde het zaakje niet maar door de honger gedreven ging ik toch op de boterham af.

Toen ik goed en wel binnen was viel er met een klap iets achter me dicht. Ik verstijfde van schrik Ik vergat het eten en probeerde alleen nog maar een uitweg te vinden. Die was er dus niet. Ik kon er niet uit. Al met al werd de spanning me te veel en besloot ik even te rusten op het zachte gras dat in dit hol lag.Gelukkig was het er ook lekker warm. Na enige tijd kalmeerde ik wat en besloot van de boterham met pindakaas te eten en van de noten en zaden die ook in het hol lagen. Aan de dikke maden die er rondkropen heb ik me niet gewaagd. Ik eet ze wel maar in het najaar heb ik toch liever de olierijke zaden en noten. Ik heb daar denk ik wel 6 uur gezeten toen ik een nog veel engere beproeving moest doorstaan. Ik had al wel de trillingen in de ondergrond opgemerkt maar niet verwacht dat ook de boomstam waarin ik in zat zou gaan bewegen. Ik voelde dat ik met boomstam en al werd opgetild. Aan een kant ging de stam open en een fel licht scheen mij tegemoet. Angstig greep ik me vast om niet uit de inmiddels hellende stam te vallen. Maar de stam schudde te hevig heen en weer en ik kon me niet langer vasthouden. Ik tuimelde naar beneden en kwam terecht in iets met hele gladde wanden. Ik probeerde eruit te springen maar dat lukte niet. Al snel werd ik in mijn nekvel gepakt. Ik probeerde tevergeefs van me af te bijten maar het lukte me niet aan de greep te ontsnappen. Gelukkig werd ik al snel weer op de grond gezet en los gelaten. Ik bedacht me geen moment en ging er als een haas, pardon bosmuis, vandoor. Met twee, drie grote sprongen schoot ik de kruidlaag in. Gelukkig ik ben weer vrij.”

IMG 0161 kopie            wood mouse 823796 960 720

Zoogdier van de maand februari; de Muskusrat

De muskusrat (Ondatra zibethicus), ook wel bisamrat genoemd, heeft als Latijnse naam Ondatra zibethicus. Het is de grootste waterbewonende soort van de woelmuisfamilie. Het vrouwtje wordt moer genoemd en het mannetje ram. De muskusrat is goeddeels bruin van kleur (de rug) en hij heeft een zilverkleurige buik, een grote stompe kop met korte oren en vrijwel geen nek, en een verticaal afgeplatte, kale en geschubde staart, die bij het zwemmen als roer dienst doet. De mannelijke dieren hebben een muskusklier, waarvan het product gebruikt wordt om het woongebied te markeren. Het vlees van de dieren is goed eetbaar (in België op de menukaart te vinden als waterkonijn), maar de pels (bisam) is het meest waardevolle product. Muskusratten houden geen winterslaap. Het zijn behendige zwemmers en duikers en krachtige gravers.

De leefomgeving

De muskusrat leeft overal waar water is, mits voldoende diep (ca. 10 cm) en niet te zout. Wat dat betreft leeft de muskusrat in Nederland, en zeker in de natuurgebieden, in een paradijs met al onze rivieren, kanalen, beekjes, plassen en sloten.

Afhankelijk van seizoen en temperatuur zijn er, na een draagtijd van ongeveer 5 weken, per jaar 3-5 worpen van 6-8 aanvankelijk hulpeloze en blinde jongen; de maximum levensduur is ca. 4 jaar. Kortom twee muskusratten van verschillende sekse in het voorjaar betekent ca. 30 exemplaren in de late herfst (van de 1e worp werpen de moertjes in hetzelfde jaar ook nog eens)! Ze bezitten dus een hoge voortplantingssnelheid.

muskrat 931627 960 720