Zoogdier van de maand mei; de bosmuis

“Wat ik vandaag toch heb meegemaakt; nog angstiger dan wat Hans en Grietje beleefden nadat ze bij het Koekhuisje van de heks aankwamen. Het begon ongeveer hetzelfde. Lopend over de paadjes door het bosstruweel en op zoek naar iets eetbaars rook ik de onweerstaanbaar lekkere geur van een boterham met pindakaas. Die had ik al snel gevonden. Het lag verborgen in een soort holle boomstam die er eerder nog niet had gelegen. Ik vertrouwde het zaakje niet maar door de honger gedreven ging ik toch op de boterham af.

Toen ik goed en wel binnen was viel er met een klap iets achter me dicht. Ik verstijfde van schrik Ik vergat het eten en probeerde alleen nog maar een uitweg te vinden. Die was er dus niet. Ik kon er niet uit. Al met al werd de spanning me te veel en besloot ik even te rusten op het zachte gras dat in dit hol lag.Gelukkig was het er ook lekker warm. Na enige tijd kalmeerde ik wat en besloot van de boterham met pindakaas te eten en van de noten en zaden die ook in het hol lagen. Aan de dikke maden die er rondkropen heb ik me niet gewaagd. Ik eet ze wel maar in het najaar heb ik toch liever de olierijke zaden en noten. Ik heb daar denk ik wel 6 uur gezeten toen ik een nog veel engere beproeving moest doorstaan. Ik had al wel de trillingen in de ondergrond opgemerkt maar niet verwacht dat ook de boomstam waarin ik in zat zou gaan bewegen. Ik voelde dat ik met boomstam en al werd opgetild. Aan een kant ging de stam open en een fel licht scheen mij tegemoet. Angstig greep ik me vast om niet uit de inmiddels hellende stam te vallen. Maar de stam schudde te hevig heen en weer en ik kon me niet langer vasthouden. Ik tuimelde naar beneden en kwam terecht in iets met hele gladde wanden. Ik probeerde eruit te springen maar dat lukte niet. Al snel werd ik in mijn nekvel gepakt. Ik probeerde tevergeefs van me af te bijten maar het lukte me niet aan de greep te ontsnappen. Gelukkig werd ik al snel weer op de grond gezet en los gelaten. Ik bedacht me geen moment en ging er als een haas, pardon bosmuis, vandoor. Met twee, drie grote sprongen schoot ik de kruidlaag in. Gelukkig ik ben weer vrij.”

IMG 0161 kopie            wood mouse 823796 960 720

Dit avontuur werd beleefd door een van de bosmuizen die we tijdens het muizenproject van onze zoogdierenwerkgroep wisten te vangen. Als zo’n bosmuis zou kunnen praten en denken als een mens zou hij zijn avontuur mogelijk zo beschrijven.

Als onderzoekers zijn we ons bewust dat het levend vangen en monitoren van muizen zorgt voor stress bij die beestjes. We proberen dit zoveel mogelijk te voorkomen. Zo worden de vallen die we uitzetten met tussenpozen van maximaal 8 uur gecontroleerd:  ’s morgens om 7.00 uur, ’s middags om 15.00 uur en ’s avonds om 23.00 uur.

We voorzien de vallen van natuurlijk materiaal zoals gras zodat de gevangen muis, een warm en zacht onderkomen heeft. Tevens stoppen we wat voer in de vallen zodat geen enkele muis hoeft te verhongeren. Vooral voor de carnivore spitsmuizen is dit van belang omdat die niet zo lang zonder voedsel kunnen.

De muis wordt gevangen in een doorzichtige plastic zak. Getracht wordt de muis hier voorzichtig in te laten glijden maar dat lukt niet altijd en soms moet de muis uit de val geschud worden. Als het donker is werken we met gedempt licht om de muizen niet onnodig te verblinden. Door de muizen in hun nekvel op te pakken is de kans om ze te verwonden nihil. Het gebeurt eerder andersom; als we ze niet stevig genoeg vastpakken zien ze kans om zich te draaien en ons in de vingers te bijten. Het op soort brengen, het bepalen van het geslacht, het wegen en het aanbrengen van een merk (om te zien of en hoe vaak de muis gedurende het onderzoek is gevangen) gebeurt vakkundig en snel. Of het een bosmuis is zien we aan de volgende kenmerken:

  • de rug is geel- tot donkerbruine en de buik is wit tot grijs zonder een duidelijke grens tussen de zijden,
  • er is vaak een gele borstvlek en rugstreep aanwezig,
  • de staart is lang en tweekleurig: donker van boven en licht van onder,
  • de staartlengte is 70-115 mm , de lengte van kop - romp bedraagt 75-110 mm,
  • de korte voorpoten hebben vier tenen, de lange achterpoten hebben vijf tenen en stellen de muis in staat hoge sprongen te maken,
  • de grote ronde oren steken uit de vacht ,
  • de ogen zijn relatief groot en donker,
  • de korte snuit heeft een roze neusspiegel en grijze snorharen, en tot slot
  • een bosmuis weegt 13 tot 35 gram.

Binnen enkele minuten na het legen van de val kunnen we de muis al weer vrijlaten.

Dan prepareren we de lege val opnieuw en zetten hem weer op scherp. Vervolgens gaan we op zoek naar de volgende val om te controleren of hier een muis in is gekropen.

Rob Wolfs