Zoogdier van de maand juli en augustus; Wisent

Op 10 september 2016 ging de Zoogdierenwerkgroep op excursie naar de Wisenten in natuurgebied De Maashorst in de omgeving van Nistelrode. Met een speciaal opgeleide IVN gids gingen we het afgesloten gebied in waar de Wisenten zijn uitgezet. De Europese bizon (Bison bonasus) of wisent is het grootste landzoogdier in Europa en wordt ook wel de “Koning van het Woud” genoemd. Eeuwen geleden kwam het dier zo goed als overal in Europa voor, maar de aanhoudende jacht leidde tot het uitsterven van de soort in het wild in 1927. Amper 54 exemplaren bleven over in gevangenschap.

DSC 0748

De eerste wisentachtige dieren verschenen 2 á 3 miljoen jaren geleden in Zuid en Oost-Azië. Zijn opvolgers koloniseerden onder meer Noord-Amerika, waar de Amerikaanse bizon evolueerde. Een andere tak koloniseerde Europa en evolueerde tot steppewisent, die samen met mammoeten en wolharige neushoorns tijdens de ijstijden Europa bevolkten. Na de laatste ijstijd verdwenen steppewisent, mammoet en wolharige neushoorn definitief. Uit een naaste verwant evolueerde de huidige wisent, ook wel Europese bizon genoemd. Met het opwarmen van het klimaat koloniseerde deze grote delen van Europa: van Zuid-Engeland tot diep in Rusland en van de Pyreneeën, Noord-Italië en de Balkan tot Zuid-Zweden. Ook op de bodem van het Nederlandse deel van de Noordzee zijn wisentbotten gevonden die stammen uit de overgangsperiode van de laatste ijstijd naar het Holoceen, het huidige geologische tijdperk.

Tot het jaar 400 was deze verspreiding nog bijna onaangetast, maar daarna ging het helaas bergafwaarts. Net als andere grote zoogdieren, zoals oeros en tarpan (Europees wild paard), verdwenen wisenten uit steeds meer gebieden in Europa. Jacht, stroperij, ontginning van leefgebied en concurrentie door huisvee waren de belangrijkste oorzaken en hun afname hield gelijke tred met de toename van de bevolking. In Engeland verdween de soort in de twaalfde eeuw, in Zuid-Zweden in de elfde eeuw en in Frankrijk en Duitsland in de veertiende eeuw. Ook in de Ardennen overleefden wisenten tot in de veertiende eeuw, waarna ze ook daar verdwenen. Alleen in het oosten hield de soort nog stand in de laatste onontgonnen gebieden en adellijke jachtreservaten. De laatste wilde exemplaren stierven in 1919 in het woud van Bialowieza en in 1927 in de Kaukasus. Gelukkig waren er nog dieren over in gevangenschap en vanuit deze kleine populatie zijn weer dieren in natuurgebieden uitgezet. Momenteel leven er circa 5000 dieren verspreid over natuurgebieden, wildreservaten, fokcentra en dierentuinen (bron: EBPB, maart 2014). Hiervan leven nog geen 3500 wisenten onder (semi-)wilde omstandigheden. Daarmee is de wisent nog steeds een bedreigde diersoort en is er nog altijd werk nodig om dit indrukwekkende dier uit de gevarenzone te helpen.

In de zomer hebben wisenten een korte gladharige zomervacht. Tegen de winter worden de haren langer en ruiger en groeit er een fijne ondervacht tussen. Ook komt er een baard aan de keel, hals en kin en een brede haardos bij het achterhoofd. De hoge rug van wisenten wordt door verlengde botten van de borstwervels gevormd. Bij koeien zijn de horens korter, smaller en minder sterk aan de basis dan bij stieren. Wildlevende stieren worden tot wel 840 kilo zwaar en circa 1.88 meter hoog. Koeien wegen in het wild tot 540 kilo en kunnen tot 1.67 meter hoog worden. Met een lengte van bijna 3 meter zijn het flinke dieren en niet voor niets de grootste landzoogdieren van Europa!

Wisenten leven in kleine sociale groepen. Er zijn koeiengroepen met vrouwelijke dieren en hun nakomelingen. Een oude koe staat aan het hoofd van de groep en zij beslist wanneer ze waar naar toe gaan en wat ze gaan doen: rusten, herkauwen, grazen of drinken.

Als een kalf op het punt staat om geboren te worden, trekt de moeder zich terug naar een plek die ze van tevoren uitgezocht heeft. Als het kalf geboren is, dan likt de moeder het droog en helpt het dier om de uier te vinden. Bij de geboorte weegt het kalf slechts 30 kilo. Na een aantal dagen is het kalfje sterk genoeg om mee te lopen met de kudde en dan sluiten moeder en kalf zich weer bij de groep aan. De jonge dieren groeien op in de koeiengroep, waar de dochters blijven. Op drie- of vierjarige leeftijd krijgt een koe haar eerste kalf. Zijn er meerdere kalfjes in een groep, dan rusten deze meestal in een crèche met een ouder dier als oppas.

DSC 0743     DSC 0728

Jonge stieren vertrekken tijdens hun pubertijd en sluiten zich aan bij een stierengroep. Met vier jaar zijn ze volwassen. Stieren en stierengroepen hebben territoria die elkaar deels kunnen overlappen. De onderlinge rangorde wordt in gevechten of met imponeren bepaald. Vooral in de voortplantingstijd zoeken de stieren de koeiengroepen op. Dominante stieren dulden dan geen concurrenten in hun nabijheid. De sterkste stieren hebben territoria op plekken waar meerdere koeiengroepen zich ophouden. Minder dominante stieren zitten daar in een schil omheen. Jonge stieren of erg oude dieren ontlopen de dominante stieren en leven in territoria waar nauwelijks koeiengroepen komen. Uiteindelijk beslist de koe door welke stier ze wordt gedekt.

Wisenten zijn herkauwers die zowel gras eten als kruiden, knoppen, blaadjes, jonge twijgen en bast. Ook worden in de nazomer en herfst veel eikels, beukenootjes en bessen gegeten. Takken en stammen worden omgebogen om bij de voedzame delen te komen. Ze schillen meer dan alle andere grote planteneters in Europa, en zijn daarmee in staat in een volwassen bos of dicht struweel openheid te maken. Waait een boom tijdens een storm om, dan weten ze hem snel te vinden en wordt hij binnen enkele dagen ontdaan van bladeren, knoppen, jonge twijgen en bast. Wisenten schrapen daarnaast soms grond weg om bij de wortels van grassen, bomen en struiken te komen.

Naast hun eetgedrag hebben wisenten ook nog op andere manieren invloed op hun omgeving. Wisenten nemen graag een zandbad en maken hiervoor flinke open zandige plekken. Lokaal krijgt de wind hierdoor weer vat op het vastgelegde duinzand. Wisenten helpen zo de broodnodige duindynamiek een handje. Wordt zo’n plek een tijd lang niet meer gebruikt, dan krijgen pionierplanten, zandhagedissen en tal van insecten een kans. Bijvoorbeeld graafwespen en zandbijen, die kale zandige plekken nodig hebben om hun holletje in uit te graven. Of zandloopkevers die op het kale zand jacht maken op andere insecten.

Omdat wisenten vaak een zandbad nemen en ook graag op kaal zand rusten en herkauwen, zijn deze plekken met elkaar verbonden door een uitgebreid netwerk van wissels. Door het korte gras of kale zand op de wissels, zijn deze voor loopkevers en hagedissen een soort snelweg van de ene geschikte plek naar de andere. Randen van wissels en zandbaden zijn ook geschikte groeiplekken voor pionierplanten, zoals driedistel en veldhondstong. En als je zaden dan ook nog gemakkelijk aan de vacht van een langslopende wisent blijven plakken, dan krijg je als plant ook nog een gratis ritje naar de volgende geschikte groeiplek.

Sommige grote bomen worden gebruikt om de vacht te schuren of als een markering in gesloten boslandschap. Door veelvuldig schuren kan de boom zijn bast verliezen en sterven. Als schuur- en markeerboom is hij dan nog een tijdje bruikbaar, maar uiteindelijk rot de stam onderaan door en moeten ze een andere boom gebruiken. Een open plek is het gevolg en een tijd lang profiteren planten op de bosbodem hier van.

Op 24 april 2017 was het exact 10 jaar geleden dat het startschot klonk voor het eerste wisentenproject in de Nederlandse natuur. Drie wisenten deden hun intrede in het Kraansvlak bij Zandvoort. Het doel? Ervaring opdoen met begrazing door wisenten in ons Nederlandse landschap. Na negen jaar ervaring met wisenten in het Kraansvlak zijn er sinds het voorjaar van 2016 in nog twee natuurgebieden wisenten te zien: op de Veluwe en de Maashorst.

In de Maashorst leven de wisenten samen met reeën, Exmoor pony’s en met Taurossen. De startkudde van tien dieren leeft in een wengebied van 200 hectare. Op 5 mei 2017 werd het eerste wisentkalf geboren en bestaat de kudde uit 11 dieren. De komst van de wisenten naar de Maashorst werd mogelijk gemaakt door de vier Maashorstgemeenten, Staatsbosbeheer en ARK Natuurontwikkeling en door een financiële bijdrage van de Nationale Postcode Loterij.

Lijkt het je leuk om zelf ook een kennis te maken met deze majestueuze dieren, ga dan mee op excursie. Klik hier voor meer informatie.  

Bron; www.wisenten.nl, www.ark.eu, www.natuurcentrumdemaashorst.nl