Insect van de maand: september 2018
door: Frans Boom

Kleine vos Aglais urticae

i61.KlvosFrans
De naam vos slaat op de vosbruine grondkleur van de vlinder, de toevoeging kleine op de afmeting van de vlinder.
Maar als je een Kleine vos hebt dan heb je dus ook een Grote vos.
Ik beschrijf dus de Kleine vos. En dat doe ik vanuit diversen Vlinderboeken.

Kenmerken:
De vlinders zijn van een gemiddelde grootte en hebben een heldere oranjebruine grondkleur en een duidelijk zwartwitte blokkentekening aan de vleugelvoorrand. De onderkant heeft een donker veld aan de basis en een lichtere rand.


Verspreiding:
In Nederland zeer verspreid aanwezig. Maar ook aanwezig in Schotland-Noord Noorwegen tot in Zuid Spanje en Zuid Italië en van Ierland en Portugal tot Oost-Azië. De soort komt voor in koude zeeklimaten, koele landklimaten en in gematigde en warme klimaten.

Vlinderoverwinteraar in Nederland:
De vlinders overwinteren in holle bomen, holen, grotten en in gebouwen op koele en vochtige plaatsen. De groei van de rupsen kan vrijwel het gehele seizoen van lente tot in de late nazomer plaatsvinden en er kunnen, afhankelijk van klimaat en weertype, een tot drie generaties per jaar optreden. De rupsen leven in grote groepen bijeen. Alle eigenschappen zijn sterk ontwikkeld.

Ecologische typering:
Een gewiekste vlinder die zijn omgeving zeer wijd verkent, verschillende situaties in het landschap benut en voor iedere nieuwe generatie geschikte plekken opspoort. De rupsen worden vooral aangetroffen in pioniersvegetaties. De Grote brandnetel is hun waardplant.

Bijzonderheden:
In Nederland zeer verspreid en zeer talrijk waargenomen.  De soort is binnen geheel Noordwest-Europa een van de meest verspreid en algemeen voorkomende dagvlindersoorten. De vlinders kunnen al eind april beginnen met het leggen van eieren. Tijdens zeer warm weer zomerweer gaan de rupsen tussen samengesponnen bladeren leven, op dezelfde wijze als de Atalanta dat doet. De vlinders leggen hun eieren in hoopjes van 150 tot 300 eieren aan de onderzijde van de Grote brandnetel.


• Vleugellengte: tussen de 22 en 25 mm.
• Gedrag mannetje: overwegend territoriaal.
• Gedrag vrouwtje: precies.
• Voortplanting: zeer hoog. Aantal eieren begin leg tussen de 230 tot 314 maximale eiproductie tussen de 800 tot 1000 eieren.
• Trekgedrag: Zwerflustig.
• Hardheid van de vlinder: Vrij hard.
• Groei van de rupsen: Zeer snel! Aantal dagen voedingsperiode in de zomer van 13 tot 22 dagen.
• Generaties: een tot drie.
• Vliegperiode: Eind maart tot eind oktober.
• Overwinteren: Als vlinder.
• Bijsturingsgedrag: Flexibele diapauze in vlinderstadium.

Duur stadia in dagen:
• Ei: gemiddeld 8 dagen, bij warm weer 6 dagen, bij koel weer 10 dagen en bij koud weer  13 dagen.
• Rups: gemiddeld 18 dagen, bij warm weer 13 dagen, bij koel weer 22 dagen, en bij koud weer 29 dagen. Hij leeft van het blad van de Grote brandnetel.
• Pop: gemiddeld 10 dagen, bij warm weer 8 dagen, bij koel weer 12 dagen en bij koud weer 18 dagen.
• Vlinder: gemiddeld 43 dagen (Van 25 tot 60 dagen),legperiode 40 tot 58 dagen.

 

Foto's vlinders: Frans Boom
Foto's rups en pop: Wikipedia