Insect van de maand: december / januari 2019
door: Elly Aarts

Rouwmantel Nymphalis antiopa

i64.RouwmantelElly

Tijdens onze vakantie in de Rocky Mountains had ik niet verwacht dat wij vlinders zouden zien, aangezien er al een aantal dagen behoorlijk wat sneeuw was gevallen en het ‘s nachts vroor.
Maar op een zonnige dag, op 1300 meter hoogte zag ik enkele vlinders waaronder deze rouwmantel.
 
De rouwmantel of koningsmantel (oude Nederlandse naam) is een vlinder uit de familie Aurelia’s (Nymphalidae), een dagvlinder.
Voorkomen:
De rouwmantel komt voor van West-Frankrijk en Noord-Portugal tot Oost-Azië en van Scandinavië tot Noord-Spanje en Griekenland en in Noord-Amerika.
De rouwmantel kan grote afstanden afleggen, dit doet hij bijna altijd individueel.
De rouwmantel wordt af en toe als zwerver nog in Nederland waargenomen maar als standvlinder is deze sinds 1964 verdwenen.

Uiterlijk:
De rouwmantel heeft grote bruinzwarte vleugels met een opvallende lichtgele, met blauwe vlekken afgezette achterrand. (bij afgevlogen vlinders is de achterrand wit).
De rups is zwart met zeer fijne witte stipjes en een lengterij van roodachtig bruine vlekken over de rug. De doorns zijn lang en zwart en de buikpoten roodachtig bruin. De lengte kan tot 54 mm worden.

Vliegtijd:
De vliegtijd is van eind juli tot oktober en na de overwintering van begin maart tot begin mei in één generatie (afhankelijke van het land). De rouwmantel is een zwerflustige soort. De soort overwintert als vlinder in een houtstapel, een grot of holle boom.
De vlinders voeden zich voornamelijk met sap van bloedende bomen, rottend fruit en nectarrijke planten.
In het voorjaar verdedigen de mannetjes een territorium van ongeveer 300 m2 op een open, zonnige plek in het bos. Om de paar minuten houden ze een korte vlucht zodat het hele territorium wordt bestreken. Als een vrouwtje het territorium binnen komt vliegt het mannetje er snel naar toe. Een paringsbereid vrouwtje spreidt de vleugels waarna het paringsritueel plaats vindt.
De eitjes worden door het vrouwtje in mei/ juni in een grote groep rondom een twijgje afgezet.


Rups:
Begin mei tot half juli. De jonge rupsen leven in groepen bijeen in een gemeenschappelijk spinselnest, waarin ze zich voeden met bladeren. Na de laatste vervelling verspreiden ze zich over de boom. Volwassen rupsen leven solitair. Vlak voor de verpopping verlaten ze de boom en leggen vaak nog flinke afstanden af om zich in het strooisel of aan een struik te verpoppen.

Waardplant:
Verschillende soorten wilg, berk, iepen, prunus en ratelpopulier.

Biotoop:
Gevarieerde open bossen op vochtige, zonnige plaatsen.


Geraadpleegde literatuur:
 De nieuwe vlindergids, Tirion Natuur
 Vlinders en insecten van West- en Midden-Europa, Readers Digest
 Website vlinderstichting

Foto's vlinders: Ben Aarts,
          rups: rechtenvrije foto internet.