Insect van de maand: oktober 2019
door: Peer Busink

Het Waaiertje

i72.WaaierHoe ingewikkeld en verbazingwekkend kan het lopen in het insectenwereldje.
Laatst was ik in de Moerputten, het bekende areaal van het Pimpernelblauwtje.
Dat een insect, zoals het Pimpernelblauwtje, voor zijn voortbestaan afhankelijk is van één plantensoort en tegelijkertijd van één volkomen ander diersoort, is wonderbaarlijk, want zonder die twee totaal verschillende organismen, is er voor het Pimpernelblauwtje geen toekomst.

Maar het kan nog ingewikkelder in de insectenwereld.

Naast het prooi zijn voor één of ander dier, is het bekend dat elke insectensoort in hun leven ook te maken kan krijgen met één of meerdere parasieten. Voor een insect moet het elke keer weer een hachelijk avontuur zijn, om zijn of haar levenstaak op aarde te kunnen vervullen.
Wilde bijen is een groep onder de insecten die meer mijn interesse heeft. Deze groep wordt ook belaagd door list, bedrog en meedogenloosheid van menige parasiet.
Eentje ervan wil ik onder uw aandacht brengen. Lees en huiver.

Er is een insect die de lieflijke naam 'Waaiertje' heeft.
Het behoort tot de insectengroep 'Waaierachtigen', de wetenschappelijke familienaam is i72.1Stylopidae.
De Nederlandse naam is gebaseerd op de vorm van de achtervleugels van het mannetje, voorvleugels hebben ze niet. Eigenlijk ook weer wel, maar die zijn gereduceerd tot haltertjes. Dat is dus het omgekeerde als bij de vliegen.
Het mannetje lijkt hierdoor normaal op een insect, voor het vrouwtje is dat een heel ander verhaal. 
De vrouwtjes zijn vleugelloos en hebben ook geen poten. Zelfs hun monddelen zijn rudimentair, dus niet meer werkzaam. 

De kop en het borststuk zijn gefuseerd tot één lichaamsdeel en is afgeplat. Het vrouwtje lijkt hierdoor menselijk gezien, geëvalueerd te zijn tot een hopeloos gedrocht.
De natuur is echter weerbarstig en tegelijkertijd volkomen economisch ingericht, want wat je niet nodig hebt, hoef je ook niet te hebben. Waaiervouwtjes brengen namelijk hun hele leven lang in en op hun gastheer door. Waaiermannetjes blijven ook tijdens hun ontwikkeling in de bijenlarve, alleen op het laatst wanneer de zandbij na de winter de nestholte verlaat, vliegt het waaiermannetje uit zijn pop, die tussen twee tergieten in het achterlijf van de zandbij zit, de wijde wereld in. Maar daarover later meer.

Door diffusie neemt het waaierlarfje voedingsstoffen op uit het lichaam van zijn of haar gastheer. Als je een zandbij aantreft, die door een waaierlarf (of meerdere) is geparasiteerd (in dit geval heet dat een gestylopiseerde bij), zie je tussen één van de laatste achterlijfsegmenten (deze heten tergieten) een knopje uitsteken, dat is dan het voorste gedeelte van het vrouwtje dat uit het bijenlichaam steekt. De rest van het ca. 8 mm lange lichaam zit in de bij. Maar zover is het nog niet, eerst nog nader ingaan op het larfstadium.

In de vroege lente meegelift en eenmaal binnen in de nestcel van de zandbij, vervelt het waaierlarfje en ziet er daarna uit als een made. Deze larf dringt de bijenlarve binnen. Via diffusie door de huid neemt de waaierlarf voedsel op van de gastheer. De bijenlarve blijft in de nestcel leven en eet van de stuifmeel-/nectarprop, die zijn moeder heeft achtergelaten. Aan het eind van de winter gaat de bijenlarve zich verpoppen en zal spoedig daarna de nestcel verlaten om als bij naar buiten te gaan.
Omstreeks dezelfde tijd vervelt het waaierlarfje in het bijenlichaam voor de laatste maal en is dan tegelijkertijd met de gastheer ook volwassen geworden. Het breekt dan gedeeltelijk door de huid van de gastheer heen, precies tussen twee tergieten van het achterlijf. Het waaiervrouwtje steekt met de kop naar buiten en blijft zitten waar ze zit. Het mannetje daarentegen blijft in zijn gastheer half tussen de tergieten naar buiten steken en blijft nog even in popstadium. Als de gestylopiseerde zandbij voor het eerst naar buiten vliegt, zal de zonnewarmte het waaiermannetje doen ontpoppen en zal dan zijn gastheer verlaten om spoorslags op zoek te gaan naar een vrouwtje (hij heeft maar een paar uur de tijd), dat ergens verderop in een andere gestylopiseerde gastheer verblijft.

i72.3


Ook een waaiervrouwtje, vastzittend tussen twee tergieten van de zandbij, heeft een mannetje nodig om voor het nageslacht te zorgen. Door het ontbreken van bewegende lichaamsdelen kan ze geen aandacht trekken op haar aanwezigheid, ze moet daarom iets anders verzinnen. De oplossing is het afgeven van een geurtje aan de lucht, een zogenaamd feromoon.
Het mannetje, slechts 3 mm groot, neemt als het goed is de geur van het vrouwtje met zijn grote geveerde antennen waar en vliegt met zijn achtervleugels naar een vrouwtje. Ook zijn grote uitpuilende ogen moeten hem bij deze zoektocht helpen Hij heeft haast, want waaiermannetjes leven maar enkele uren.

i72.4Omdat alleen de voorzijde van de vrouwtjes naar buiten steekt, moet ook voor de bevruchting een oplossing gekozen worden. Ook die is er. De honderden eitjes circuleren vrij door het lichaam van het waaiervrouwtje heen. Aan de 'rugzijde', achter de kop van het vrouwtje, zit een membraam. Door dit membraam injecteert het mannetje zijn spermatozoïden in het vrouwtje. (Bent u er nog?).
Uit de bevruchte eitjes, die vrij door het lichaam van het waaiervrouwtje zwemmen, komen larven.
Nu nog iets bijzonders in dit proces, een gestylopiseerde zandbij vertoont een geheel ander gedrag dan een niet gestylopiseerde zandbij.

Gestylopiseerde bijen zijn steriel, waardoor ze geen nestbroed maken, dus ook geen nestholte hoeven te graven, ze komen weken eerder uit hun nestholtes te voorschijn en vliegen en bewegen traag. Het waaierlarfje heeft namelijk tijdens de tijd van de larvale toestand van de zandbij, een stof in het bijenlarvenlichaam afgegeven, waardoor het zenuwstelsel van de bij trager werkt. Het pas ontpopte waaiermannetje heeft het daardoor gemakkelijker om een slome gestylopiseerde zandbij te traceren en het waaiervrouwtje te bevruchten. Ook het feit dat er nog geen andere bijen vliegen, maakt voor het mannetje het zoeken nog gemakkelijker.

Wat ik niet uit de literatuur heb kunnen halen is, wanneer na de bevruchting van het waaiervrouwtje de waaierlarven het vrouwtje gaan verlaten. Voor de hand liggend lijkt mij dat de ontwikkeling van de waaierlarven in het vrouwtje van korte duur moet zijn, namelijk in de periode tussen het uitvliegen van de gestylopiseerde bij en die van de gezonde bijen. Tegen de tijd dat de gezonde bijen hun nestholte verlaten, is het voor de larfjes (0,1 tot 0,3 mm groot) ook de tijd om het lichaam van het waaiervrouwtje te gaan verlaten. Dat gebeurt wanneer de slome gestylopiseerde zandbij op een bloem zit, de waaierlarfjes hebben dan voldoende tijd om zich door het membraam achter de kop van het vrouwtje naar buiten te wurmen. De larfjes hebben 6 poten (zoals het een insect betaamt) en wachten op de bloem op een niets vermoedende nieuwe potentiele gastheer. Vindt een larfje een gastheer (meerdere larfjes op één gastheer komt ook voor), dan klampt het zich daaraan vast en lift ze mee naar diens nest, waar ze wacht tot het bijeneitje in de nestcel uitkomt. Is het zover, dan vreet ze zich in, in het lichaam van de bijenlarve naar binnen en blijft daar ca. één jaar zitten. De cyclus van het waaiertjesbestaan is dan weer gesloten. Slechts voor een heel klein percentage waaierlarfjes zal het lukken om de cyclus rond te maken.
In Nederland komen 2 soorten waaiertjes voor, namelijk het Zandbijwaaiertje en het Groefbijwaaiertje.
Ofschoon er heel weinig mensen zijn die ooit in de natuur een waaiervrouwtje, laat staan een waaiermannetje hebben gezien, heeft U kennis gemaakt met een uitgesproken complexe en mysterieuze specialist onder de insecten.
Hoe wonderlijk kan het zijn in de insectenwereld. Soms is dat oogstrelend, soms is dat stuitend.

 

Geraadpleegde literatuur:
- Natuur van Nederland deel 11, 2012, De Nederlandse Bijen
- Gasten van Bijenhotels 2014, Pieter van Breugel
- Basisgids Wilde bijen, 2019, Pieter van Breugel