Insect van de maand: dec. 2019 / jan. 2020
door: Frans Kapteijns

Bladpootwants Leptoglossus occidentalis

i74.BladpootwantsFransKHet is herfst en ja hoor daar is ie weer de bladpootwants. De eerste heeft mijn huis alweer gevonden en gaat hier pogen te overwinteren, want dat doet hij. Bladpootwantsen, ook wel bladpootrandwantsen genoemd, komen van oorsprong voor in Noord-Amerika.

In 1999 ontdekten biologen deze insecten plotseling in Italië. Hoe ze daar terechtgekomen zijn vanuit Noord-Amerika is niet echt duidelijk. Mogelijk via schepen, maar dat is dus niet zeker. Na de vestiging in Italië ging het hard en in een zeer korte tijd kwam men ze overal tegen in Europa. Vanaf 2007 werden ze ook steeds vaker in ons land waargenomen. Je komt ze gedurende het jaar vooral tegen in gebieden waar veel dennenbomen staan, maar ook in parken en tuinen. Vooral de grove den is favoriet en die staan er nog genoeg in Brabant.

Wantsen
Bladpootwantsen zijn wantsen en horen dus thuis in de insectenwereld. Helaas gaat het niet goed met die wereld, want de insectenwereld kent veel verliezen. Niet met de grote familie van wantsen, want daar gaat het goed mee, zie plaatje van de Kaaistoep. i74.1Wantsen behoren dus tot de insecten en hebben 4 vleugels en 6 poten. Overigens hebben een aantal wantsen geen echte vleugels meer onder hun dekschilden zitten, maar zijn die vleugels gereduceerd tot iets anders. Daarnaast hebben wantsen een onvolledige gedaantewisseling, terwijl de meeste insecten een volledige gedaantewisseling (ei – larve – pop – imago) hebben. Veel wantsen worden niet groter dan een centimeter en ze hebben buisvormige monddelen waarmee voedsel wordt opgezogen.

Bladpootwants
Terug naar de bladpootwants, in twaalf jaar tijd is deze wants een algemene soort geworden en in Brabant op diverse plaatsen te vinden. Met een lengte van rond de twee centimeter is het een erg grote wants, maar wat vooral opvalt is de afgeplatte achterschenen. Deze schenen zijn de reden waarom die wants de Nederlandse naam bladpootwants heeft, want met wat fantasie kan je daar een blad inzien. Verder is het een hele mooie wants met een zwarte kop met dwars daardoor een donkerrode streep en rode ogen. Ze hebben oranje gekleurde voelsprieten oftewel antennen van plusminus 15 mm lang. Het donkerrode halsschild is in het midden geel met zwarte vlekken en het schildje van het borststuk is ook donkerrood en vrij klein. Bij een eerste oogopslag zie je trouwens dat het lichaam van de bladpootwants een rood-oranje waas heeft met op het einde blokjes wit en bruinzwart.

Voedsel
Je kan ze veel tegenkomen op grove dennen, maar ook op sparren en zelfs op allerlei andere soorten van coniferen. Op al die coniferen gaan ze opzoek naar de kegels en zuigen daar de plantensappen op. Bladpootwantsen zijn net als zoveel wantsen uitgedost met een snuit, die daar helemaal op ingesteld is. Door al dat gezuig ontwikkelen de kegels zich vaak niet volledig en verdorren de zaden in de kegels.

Overwinteren
Het hele jaar kan je dus bladpootwantsen tegenkomen, maar je ziet ze vooral van augustus tot oktober. De volwassen exemplaren komen dan uit de bomen naar beneden en gaan in het najaar opzoek naar een locatie om te overwinteren. i74.2Ze zoeken dan allerlei beschutte plaatsen, maar vaak is dat net als lieveheersbeestjes in huizen. In Noord Amerika worden deze wantsen dan ook beschouwd als een echt plaaginsect, omdat ze in grote getalen de huizen binnengaan. Daar gaan ze dan op zoek naar geschikte spleten en kieren. Dat er zoveel tegelijk in huizen komen, komt doordat ze een speciaal feromoon hebben. Dit aggregatieferomoon sturen ze de wereld in en de andere bladpootwantsen vangen dit op en gaan ook naar die lekkere beschutte plaats. Het gevolg is dat er heel veel bladpootwantsen in een huis kunnen komen om te overwinteren. Dat er zoveel zijn in ons land, kan kloppen. De meeste inlandse dieren herkennen de soort nog niet, omdat ze nog maar kort in ons land zijn Feitelijk hebben de bladpootwantsen nu nog geen natuurlijke vijanden en dus krijgen ze veel nakomelingen. Eenmaal in zo’n schuilplaats doen ze niets schadelijks. Helaas blijven ze door de warmte in de huizen niet altijd in hun schuilplaats zitten zoals lieveheersbeestjes en zitten ze weer massaal op de ramen.

Tot slot
Bladpootwantsen scheiden ter verdediging een heel bitter en behoorlijk stinkend vocht af. Dat vocht stoten ze ook af als ze gedood worden, dus dat kan je dan beter niet doen want anders stinkt het in je huis nog dagen daarna. Ook ruw behandelen is niet slim, want dan proberen ze je te steken met hun zuigsnuit. Dit laatste zal nauwelijks letsel veroorzaken bij de mens, want die snuit kan geen gif injecteren bij ons. Ben wel benieuwd hoeveel er dit jaar gaan overwinteren in mijn huis. Tot op heden is het er maar een.

Foto: Frans Kapteijns