Insect van de maand: april 2020
door: Ton Willems

Mierenleeuwen Myrmeleontidae

i77.MierenleeuwTonW

Mierenleeuwen zijn bijzondere insecten en hebben mij vroeger al heel erg geïnteresseerd tijdens wandelingen in de Loonse en Drunense duinen. Met name het grote verschil van het insect tussen het larvale en het volwassen stadium. Deze gedaantewisseling heet een volledige metamorfose. Dat wil zeggen dat uit een ei een larve komt welke niet op het volwassen insect lijkt en vaak ook nog ander voedsel tot zich neemt.

Mierenleeuwen behoren tot de Netvleugeligen (Neuroptera). In Europa zijn er zo’n 40 verschillende soorten vooral rond de Middellandse zee. In Nederland kennen we slechts twee soorten, de Euroleon nostras ( gewone of gevlekte mierenleeuw ) en de Myrmeleon formicarius ( zwartkopmierenleeuw ).  De mierenleeuwen zijn zowel in het larvale als volwassen stadium carnivoor. Sommige mierenleeuwen eten als imago ook wel nectar en stuifmeel.

 

De eitjes worden door het vrouwtje apart afgezet in het zand. Deze eitjes zijn kleverig waardoor ze bedekt worden met zandkorrels en zo goed gecamoufleerd zijn. De larve is klein en heeft een bijna rond lichaam wat is bedekt met haren. Het diertje heeft aan de voorzijde van zijn kop twee enorme kaken welke aan de binnenzijde zijn voorzien van stekels.

Zodra een eitje uitkomt gaat de larve meteen op jacht. Dat wil zeggen dat de larve meteen begint met het maken van een valkuil. Dit doen ze door zich achterwaarts en spiraalsgewijs te bewegen zodat er een kuiltje ontstaat dat zo’n 8 centimeter in doorsnede is en zo’n 5 centimeter diep. Daarna graaft de larve zich in waardoor alleen de kaken nog boven de grond uitsteken. Als een prooidiertje langs de kuil loopt zullen er wat zandkorreltjes naar beneden rollen wat door de larve wordt opgemerkt. De larve gaat in de aanval door zandkorreltjes naar het prooidiertje te werpen waardoor deze minder grip krijgt en verder naar beneden zal zakken tot het uiteindelijk tussen de kaken van de larve belandt. Het slachtoffertje wordt onder het zand getrokken en hierna wordt er direct gif in gespoten waardoor het verlamt. Het zand wordt met relatief grote kracht en precisie gegooid door op- en neergaande bewegingen van de kop.
De kop van de larve heeft zuigende monddelen waarmee de prooi wordt leeggezogen zodat er alleen een lege huid overblijft. Deze lege huid wordt uit de valkuil gegooid zodat het nest schoon blijft.


Aan het einde van de derde vervelling van de larve vindt de verpopping plaats en wordt er een cocon gesponnen van fijn kleverig spinsel. Dit spinsel wordt geproduceerd aan de achterzijde van het lichaam door de buis van Malpighi. Doordat het spinsel kleverig is wordt de cocon ook bedekt met zandkorrels zodat de camouflage optimaal is.

Op het moment dat de mierenleeuw zich heeft ontwikkeld tot een volwassen insect, dus met vier vliezige vleugels zal het uit de cocon sluipen. De vleugels zullen eerst nog moeten opdrogen. Eenmaal uitgekomen lijkt de volwassen mierenleeuw een kruising tussen een gaasvlieg en een waterjuffer. Het dier is ondermeer te onderscheiden door de lange dikke antennes welke aan het uiteinde naar de buitenzijde gekromd zijn.
Een larve kan wel tot drie jaar onder de grond leven terwijl een volwassen exemplaar slecht enkele weken leeft.

Tekst : deels Wikipedia
Foto’s : Internet