Insect van de maand: juli/augustus 2018
door: Arjan Timmer

Gewone oliekever Meloe proscarabaeus

i60.oliekeverArjan


De Gewone (?) oliekever is een kever uit de familie der oliekevers (Meloidae). Waarom heb ik een vraagteken geplaatst bij gewone? Nou omdat voor mij (en anderen met mij) het aantreffen van een oliekever geen gewone waarneming is. Ik had hem nog nooit in levende lijve gezien, maar op het moment zelf weet je gelijk: een oliekever!

 De kever is als imago helemaal (blauwachtig) zwart en gemakkelijk te herkennen aan het glanzende, bolle en relatief enorme achterlijf en opvallend korte dekschilden. De grote kop heeft de vorm van een brede driehoek met voelsprieten die, van met name het mannetje, in gebogen toestand ongeveer half zo lang lijken als ze daadwerkelijk zijn.

 

De vrouwtjes worden ongeveer 3,5 centimeter lang, mannetjes blijven veel kleiner tot 1 cm. De mannetjes hebben een kleiner achterlijf, omdat ze geen eitjes hoeven te leggen, vrouwtjes met bijna volgroeide eitjes lijken zelfs op knappen te staan.
De oliekeverfamilie dankt zijn naam echter niet aan zijn uiterlijk, maar aan de olieachtige substantie (verdedigingsvloeistof) die bij gevaar of verstoring wordt afgescheiden. Bij een aantal soorten oliekevers bevat deze vergiftige bestanddelen en kan blaasjes op de huid veroorzaken.


Parasiet van solitaire bijen:  [Bron: Wikipedia]
De voortplanting en levensgeschiedenis van deze kevers is bijzonder; ze vertonen een zogenaamde hypermetamorfose. De vrouwtjes leggen tot wel duizend eitjes in de grond. De zeer kleine uitgekomen larve, die drie haakjes aan ieder van zijn poten heeft en daarom wel een triunguline (drienagelige) wordt genoemd, klimt in een plant, kruipt daar op een bloem, en wacht tot er een bij langskomt om nectar te zoeken. De larve klampt zich met de haak-achtige voorpoten vast aan de haren van de bij en vliegt mee naar het nest van de bij. De bij legt een ei in het nest dat op een laagje honing drijft. De triunguline verlaat de bij nu en eet het ei op. Hierna vervelt de larve in het geroofde bijennest. Van een beweeglijke, kruipende triunguline wordt hij een made-achtige nagenoeg pootloze larve, die zich met de inhoud van het bijennest voedt en nog een aantal malen vervelt. Hierna verpopt hij zich voor de tweede keer en komt als een volwassen oliekever uiteindelijk uit de pop tevoorschijn.


Het is dan al aan het eind van de zomer, en de kever verlaat het nest pas de volgende lente. Het aantal eieren moet zo groot zijn omdat slechts een paar larven het geluk zullen hebben een lift te krijgen van een bij van de juiste soort met een nest in het juiste stadium. Niet alle bijensoorten zijn geschikt, alleen bepaalde solitaire bijen. Omdat het met een aantal daarvan minder goed gaat, heeft ook de oliekever daar last van. In veel streken zijn ze niet meer algemeen of zeldzaam.

Foto's: Arjan Timmer
Leadfoto: Olieachtige afscheiding [Bron: Soortenbank.nl]