Totaaltellingen seizoen 2018
Oktober 2018

V49.Totaal
Beste natuurvrienden,
De dagvlinder en libellen/juffer tellingen voor 2018 zijn weer klaar.
Officieel wordt er geteld vanaf 1 april (en soms al iets eerder) tot 30 september van elk jaar en na 30 september geven wij nog vlinders en libellen door aan waarneming.nl
Wij geven de tellingen door aan de vlinderstichting en aan Natuurmonumenten.

Elke vlinder, libel en juffer wordt in een eigen vak geteld en die is weer gekoppeld aan een route, bijvoorbeeld de dagvlinderroute V1841 (Dit is de Heiloop) bestaat uit 20 vakken die 50meter bij 5 meter zijn. Geteld wordt dan vanuit het midden 2,50 meter links en 2,50meter rechts. Maar niet alle routes bestaan uit 20 vakken. Wij hebben bijvoorbeeld V1845 die bestaat ui 5 vakken van 50 meter. En de route V303 bestaat uit 18 vakken van 50meter, en route V1868 bestaat uit 16 vakken van 50meter. De libellenroutes bestaan uit vakken van 100 meter en soms uit 50meter, en de breedte voor  juffer telling is 2meter op de oever en 3 meter op het water, de grote libellen telling is 2 meter op de oever en 5 meter op het water.


En beste mensen wij moeten dan ook nog rekening houden met de wind, de bewolking en de temperatuur en de tijd van aanvang.
• Bij een temperatuur van 13 tot 17 gr. mag je tellen als het voor de helft bewolkt is.
• Bij een windkracht vanaf en boven de 5bft mag er niet worden geteld.
• Bij regen gaan we sowieso niet tellen ook niet boven de 17 gr.
• Tijd en aanvang van het tellen is normaal vanaf 10.00uur tot 17.00uur voor de dagvlinders en voor de libellen/juffers van11.00uur tot 16.00uur.
• Dagvlinders worden dus vanaf 1 april tot 30 september geteld en libellen/juffers vanaf 1 mei tot 30 september van elk jaar.
• En met temperaturen boven de 30 gr. hebben de meeste tellers er ook geen zin in.
• We mogen dan wel iets vroeger gaan tellen.
Bij soortgerichte routes wordt maar 3 maal per jaar geteld en dat is als bijvoorbeeld de meeste Weide en Bosbeekjuffers en de Beekrombouten uitvliegen.

Oké nu ik u het een en ander heb uitgelegd en als u dan ook nog eens lid bent van het IVN mag u best eens een keer meelopen met een van onze tellingen, wij leggen u dan uit wat voor vlinder het is en waar u op moet letten om de soort te bepalen.

V49.1


En de hamvraag van elk jaar en dat is ook een vraag die we tijdens onze tellingen nogal eens horen, zijn er dit jaar meer vlinders dan vorig jaar?
En dat is nog niet zo eenvoudig. Als wij nu dit jaar vergelijken met het vorig jaar is het in zijn totaliteit meer, maar op drie routes minder en hoe kan dit.
Oké daar gaan we:
• Atalanta vorig jaar geteld: 120 en dit jaar 10.
• Dagpauwoog vorig jaar geteld: 97 en dit jaar 32.
• Gehakkelde aurelia vorig jaar geteld: 123 en dit jaar 22.
• Kleine vos vorig jaar geteld: 0 en dit jaar ook 0.
• Landkaartje vorig jaar geteld in 3 generaties: 671 en dit jaar 267.

Heb ik enig idee waar dit aan kan liggen?
Ja dat denk ik wel, de voedselbron, de gewone brandnetel, was door de aanhoudende hoge temperatuur erg slap en de bladeren soms erg verdroogd en het zijn juist de brandnetel bladeren waarop de vlinders hier boven genoemd hun eitjes op afzetten, dus als met deze verzengende hitte de eitjes al uitkomen, hebben de rupsjes geen normaal fris eten en zijn er dus weinig nieuwe vlinders. Alleen al bij deze vlinders scheelt het ten opzichte van vorig jaar 680 vlinders.


Maar het Bruin zandoogje heeft het dit jaar erg goed gedaan dankzij een prima maaibeleid van Natuurmonumenten!
De zijkanten van de te maaien weilanden werden met rust gelaten, meestal een meter of drie en wel over de gehele lengte of breedte van zo’n weiland en dat is goed te merken. Deze vlindervrouwtjes zetten hun eitjes af net boven het wortelgebied van diverse soorten grassen en deze vrouwtjes van het Bruin zandoogje zijn zo knap dat ze hun eitjes gespreid afzetten ook bij gras wat net is gemaaid.
Daarom hebben wij er dit jaar ± 1000 meer geteld dan vorig jaar.

En ook de Eikenpages zijn er meer geteld maar dat was omdat ze lager zaten dan normaal (normaal zitten ze bovenin de eikenboomtoppen) maar nu waren ze makkelijker te tellen ruim 500 stuks.
Maar ook de Kleine IJsvogelvlinder (vrij zeldzaam) telden we dit jaar maar liefst 77 stuks tegen vorig jaar 51 stuks.

Hopelijk gaat 2019 ook weer een topper worden.....

Tekst en foto's: Frans Boom