Vogel van de maand: november/december 2019
door: Hannie Nilsen

Klapekster (Laniare en excubare )

klapekster4klapekster

Laniare en excubare, Latijnse woorden die  ‘lelijk toetakelen en waakzaam zijn’ betekenen. Maar wat hebben deze Latijnse werkwoorden te maken met de vogel van de maand, de klapekster?  Eigenlijk alles want niet alleen geven ze deze vogel zijn Latijnse naam ’Lanius excubitor’, ze vertellen meteen ook iets over zijn gedrag. Lelijk toetakelen is namelijk precies wat hij doet met zijn prooi. De klapekster is een uitgesproken vleeseter.  Muizen, hagedissen, kikkers, insecten en kleine zangvogels staan allemaal op zijn menu.
Biddend in de lucht jaagt hij op deze prooien die hij vervolgens op een stevige doorn of een stuk prikkeldraad spietst. Daarna wordt de prooi met grof geweld uit elkaar gerukt en opgepeuzeld. Vaak leggen klauwieren zo een voorraadje voedsel aan. Als je ’s winters een doornige struik of een stuk prikkeldraad ontdekt met daarop gespietste prooien, kun je er bijna vanuit gaan dat er een klapekster in de buurt is.

Meestal zit hij ergens in de top van een boom of hoge struik om zijn hele leefgebied in de gaten te houden. Alert op roofvogels en mogelijke prooien. Om in Nederland een klapekster te spotten moet je ’s winters in de wat meer open heidevelden en hoogveengebieden zijn. Als je daar een lichte, grijs-witte vogel ter grootte van een merel in het topje van een boom ziet zitten, is het vrijwel zeker een klapekster. Vogels uit Scandinavië en Oost-Europa overwinteren hier van ongeveer eind oktober tot eind maart. Tellingen de laatste jaren laten zien dat het om ongeveer 300 overwinteraars gaat. De laatste tijd lijkt hun aantal licht toe te nemen. Mogelijk door toename van het aantal broedvogels in Scandinavië maar mogelijk ook door de begrazing hier. Door de aanwezigheid van vee met de daarbij behorende uitwerpselen zijn er meer insecten die als prooi kunnen dienen. Braakbalonderzoek laat zien dat vooral mestkevers een wezenlijk deel van hun dieet vormen. Maar daarnaast hebben ook de gestructureerde tellingen van Sovon zeker bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen.

Deze vogel uit de familie van de klauwieren is makkelijk als zodanig te herkennen aan zijn karakteristieke masker, zijn haaksnavel, zijn lange staart en zijn gedrag. In tegenstelling tot de grauwe klauwier, die de laatste jaren weer steeds vaker in Nederland broedt, is de klapekster hier als broedvogel uitgestorven. Hoewel er in de jaren ’50 nog enkele tientallen vogels hier broedden, vond het laatste broedgeval waarschijnlijk plaats op de Veluwe in 1999. Verdwijnen van geschikt habitat lijkt de belangrijkste oorzaak ervan te zijn dat de vogel hier ’s zomers slechts zeer sporadisch wordt waargenomen. 

Eind maart vertrekt de klapekster namelijk weer naar het hoge noorden waar hij vanaf eind maart tot half mei in Noord-Europa in berkenbossen, moerassen en hoogvenen broedt. Het nest wordt zorgvuldig in elkaar gezet door beide vogels. Het bevindt zich meestal hoog in bomen of in dicht struikgewas. Er worden 6-8 eieren gelegd. Het vrouwtje broedt, het mannetje voert eten aan. De jongen zijn vlieg vlug na 14-20 dagen, maar worden dan nog 3 weken gevoerd door de ouders en verlaten het ouderlijk territorium pas 3-4 weken later.

Naast onze klapekster die vooral in Duitsland, Polen en Scandinavië voorkomt, kennen we in Zuid-Frankrijk en op het Iberisch Schiereiland de zuidelijke of Iberische klapekster (Lanius meridionalis). In zuidoost Europa vinden we de kleine klapekster. Deze vogels worden tegenwoordig als drie aparte soorten beschouwd. De eerder genoemde grauwe klauwier (broedvogel) en de roodkopklauwier (zeldzame dwaalgast) behoren ook tot dezelfde familie.

De naam klapekster stamt uit de valkerij en is waarschijnlijk een verbastering van het woord verklapekster. De vogel werd door tobbers (wat een toepasselijke naam voor personen die slechtvalken vingen om ze af te richten) gebruikt als alarmsysteem. Ze bonden hiervoor de klapekster hoog in een boom en bij nadering van een slechtvalk die door de klapekster vaak op grote afstand al gezien werd, verklapte de vogel dit door lawaai te maken en onrustig gedrag te vertonen. Vervolgens werd met een lokduif en slagnet de slechtvalk gevangen.
Het tweede gedeelte van zijn naam, ekster, is waarschijnlijk een verwijzing naar zijn uiterlijk.

Geraadpleegde literatuur:

Vogelbescherming Nederland
Sovon
https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/Limosa_88-1-2015_2-10_Deuzeman.pdf
ANWB Vogelgids van Europa
https://valkenswaard.nieuws.nl/nieuws/3706/valkerij-valkenswaard-groote-heide/

Tekst: Hannie Nilsen
Foto’s: Jan Wolfs en Karin van de Logt