Zoogdier van de maand februari / maart 2019; Eland

Eland 


Enkele jaren geleden gingen we op vakantie en maakten een tussenstop in Grand Teton National Park. Het was behoorlijk warm om een flinke wandeling te maken, maar wij besloten er toch aan te beginnen. De tocht ging over een smal, stijl pad bergop. Gelukkig konden we wel in de schaduw lopen. Na een poosje waren we erg toe aan een afkoel- en rustpauze. We hadden op onze wandelkaart gezien dat er een leuk picknickplekje bij een groot meer op korte afstand van onze route lag. We konden deze plek via een afslag makkelijk bereiken en besloten daar in de schaduw te gaan zitten. Het bleek inderdaad een prachtige plek en wij genoten van het schitterende uitzicht.

1

We keken uit over een prachtig meer met op de achtergrond een moeras en daarachter kon je de bossen en bergen zien. We waren helemaal tevreden. Plotseling verscheen er uit het niets een eland. Het was een koe en ze liep in het water waar ze waterplanten aan het eten was. Ondanks dat ze vrij dicht bij ons was, trok ze zich niets van ons aan. Dit was echt een prachtig gezicht en we genoten er intens van. Toch maakte ik me wel wat zorgen; ik kon me plots niet meer precies herinneren wat de richtlijnen ook al weer waren; hoe ver moest je ook al weer afstand houden tot een eland? We hadden tenslotte allerlei waarschuwingen gekregen, maar zaten nu toch echt te dicht bij dit prachtige dier.

2

 

Alsof dit nog niet genoeg was, verscheen er plotseling een kalf. Het kalf kuierde rustig naar zijn moeder toe en begon ook te grazen. We konden ons geluk niet op; een moeder met een kalf; geweldig.Toen kwam er nog een kalf aan lopen. Moeder en kalveren graasden rustig verder; wij genoten.

3 

4
Verderop in het moeras zagen we toen nog een eland aankomen. De koe in het water werd plotseling heel alert. Ze stopte met grazen en liep rustig richting het ander dier. Dit kwam in eerste instantie nog dichterbij, maar werd door de moeder zonder pardon verjaagd en koos vervolgens ook het hazenpad. Het kon deze dag niet meer beter worden, dachten we. Toen we ons pad later vervolgden kwamen we ook nog een beer tegen; dit werd toch echt wel een topdag!

5
In Noorwegen hadden we ook al eens elanden gezien; toen overigens van op grote afstand. Gaat het hier om dezelfde elanden dan die we in de Grand Tetons hadden gezien of zijn er verschillende soorten elanden? Wat voor dieren zijn het eigenlijk? Ik besloot eea uit te zoeken.


Elanden behoren tot de familie van de hertachtigen en kunnen tot bijna drie meter lang worden. Mannetjes hebben een schofthoogte van ongeveer twee meter en wegen tussen de 375 en 800 kilo. Vrouwtjes zijn kleiner; schofthoogte tussen 150 en 170 centimeter en hun gewicht ligt tussen de 275 en 375 kilo.
Elanden hebben een opvallend ronde snuit. Het gewei is meestal schoffelvormig met korte punten (in Zuid-Scandinavië vind je ook elanden met stanggeweien). Alleen mannetjes dragen een gewei.

7  
De eland komt op bijna het gehele noordelijke halfrond voor; Noord-Amerika, Rusland, Scandinavië en in de noordelijke gebieden van Europa. In Polen en Duitsland kun je ook weer een populatie vinden. In Europa kwam hij oorspronkelijk tot aan de zuidelijke bergketens, de Pyreneeën, Alpen, Balkan en Kaukasus voor. In Nederland is de eland rond 1025 uitgestorven.


Er zijn verschillende ondersoorten; in Noord-Europa komt vooral de Alces alces (Europese eland) en in Noord-America zien we vooral de Alces alces americanus (Amerikaanse eland). Er zijn echter nog meerdere ondersoorten en hybrides.

Elanden zijn typische browsers. Ze kiezen hun voedingsstoffen en knabbelen hier en daar aan scheuten, twijgen, bast, knoppen, bladeren of takken. Hierdoor kan de eland een cruciale rol spelen in de ontwikkeling van rivier-, moeras- en bosecosystemen. Op veel moeilijk toegankelijke plekken is het de enige planteneter en kan hij veel effect hebben op de plaatselijke ontwikkeling van bomen en struiken. De eland eet ’s zomers wel 25 kilo groen per dag; in de winter eet hij minder; ongeveer 10 kg.


In de zomer zie je ze vaak waterplanten eten; ze hebben een grote behoefte aan natrium; veel waterplanten zijn rijk aan mineralen. Voor de opbouw van een gewei hebben de stieren extra behoefte aan kalk en fosfaat en andere sporenelementen. Daarbij kunnen ze wel tot 4 meter diepte duiken. In drassige omstandigheden kan de eland goed uit de voeten; hij heeft brede hoeven en kan op plekken komen waar andere grote grazers niet meer kunnen komen. Op deze manier kunnen elanden verlanding van open wateren tegen gaan.

8
In de winter kunnen ze geen waterplanten meer eten en trekken soms ver weg om graasgebieden te vinden.De eland is een dier met bijzondere aanpassingen. Zowel reukvermogen als gehoor zijn bijzonder goed.De neusgaten staan ver uit elkaar; waardoor het dier goed kan bepalen van welke richting en zelfs plek de geur komt.De oren kunnen alle kanten op draaien; ze kunnen geluiden van andere elanden opvangen die zich op drie kilometer afstand bevinden. De ogen zijn niet zo goed; het dier kan echter de ogen zo draaien dat hij bewegingen achter zich kan registreren zonder zijn kop ver te hoeven draaien. De dikke vacht stelt hem in staat het in de winter rustig aan te doen; hij beweegt zo min mogelijk om geen energie te verspillen en blijft warm door de isolerende vacht.


Het grootste deel van het jaar leeft de eland solitair. In de bronsttijd trekken koe en stier enkele dagen met elkaar op. 's Winters kunnen kleine kuddes gevormd worden, die worden aangevoerd door een volwassen vrouwtje.
Stichting Ark heeft onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om elanden uit te zetten in de Biesbosch. Zij waren daarin niet de eersten; al in 1945 werd deze mogelijkheid onderzocht.


De successie in de moerasbossen kan sterk worden beïnvloed door het voortdurende geknabbel van de eland. Zijn voorkeur gaat uit naar sappig en makkelijk verteerbaar voedsel. De ontwikkeling naar een gevarieerder bos wordt door vraat gestimuleerd; bepaalde boom- en struikensoorten worden bevoordeeld, andere soorten sterven af of lopen opnieuw uit. Vooral harde houtsoorten worden hierbij bevoordeeld. De eland heeft een voorkeur voor zachte houtsoorten als populier, wilg en berk. Door de eland ontstaat er meer openheid en overgangen in het bos. De eland zou dus voor een grotere natuurlijke biodiversiteit kunnen zorgen.

9 10
Is introductie in Nederland wel mogelijk?
De grootte van het leefgebied dat een eland nodig heeft is ongeveer 500 ha in de zomer en gedurende de winter 150-200 ha. In ons dichtbevolkte land kan dat dus nog wel een probleem worden; hebben wij wel voldoende grote natuurgebieden om een levensvatbare populatie te herbergen?


In de winter migreren de dieren naar gebieden met voldoende voedsel. Migratie over lange afstanden treedt voornamelijk op in gebieden waar zich langdurige een dik sneeuwdek bevindt; met onze steeds warmer wordende winters zou dit dus geen probleem hoeven zijn. Elanden hebben wel rustgebieden nodig om te herkauwen en te slapen.

Een ander probleem is de zwerflust van deze dieren. In de winter zijn er in Scandinavië vaak botsingen met elanden; de dieren gaan vaak naar wegen waar zout is gestrooid om het zout van de weg te likken. Ook in de bronsttijd gebeuren er veel ongelukken; de stieren steken vaak wegen over zonder rekening te houden met het verkeer. Ze gaan overigens voor niets of niemand uit de weg; een botsing met een eland loopt meestal slechter af voor degene die tegen hem aan botst dan voor de eland zelf.

De discussie om elanden weer in onze natuur te herintroduceren wordt al enkele jaren gevoerd. Ik zou iedereen een ontmoeting met een eland gunnen zoals wij die gehad hebben. En het zou toch prachtig zijn als dat gewoon in de Biesbosch of een ander groot natuurgebied in Nederland zou kunnen. Van mij mogen ze komen!

Els Fonken, foto’s; Jan Fonken


Bronnen;
Wikipedia; eland, www.wnf.nlwww.besies.nlwww.geologievannederland.nlwww.freenature.nlwww.ark.eu,  
www.landidee.nlwww.britannica.comwww.nps.govwww.yellowstonepark.com
https://rove.me/yellowstone/moose, https://centerofthewest.orgwww.nathab.comwww.yellowstonereports.com, Moose of yellowstone and grand teton H. Holdsworth