Zoogdier van de Maand augustus / september 2019; Zeehond

 Zeehond

Robben - hun ondergang en opkomst in Nederland

Naast ondergetekende lopen er in Nederland nog ruim 12.500 personen rond met de welluidende voornaam (oordeel vooral zelf) Rob. Na de tweede wereldoorlog begon deze naam met een sterke opmars. Vooral in de jaren 80 werden veel Robben geboren. Tegenwoordig is de populariteit om onbegrijpelijke redenen tot onder het vriespunt gedaald. Maar daar gaat deze bijdrage natuurlijk niet over. Deze bijdrage gaat over het zeezoogdier Rob.

Als jonge jongen, ik zal een jaar of acht geweest zijn, was ik blij verrast toen ik ontdekte dat er ook dieren waren met de naam Rob. Het bleek een hele familie van zeeroofdieren te zijn. Een familie (Phocidae) die bestaat uit 16 soorten zoals de ringelrob en de zadelrob. Gebruikelijker is het echter om de familie aan te spreken met zeehonden in plaats van robben.

zeehond

In Nederland komen er twee soorten, de gewone zeehond en de grijze zeehond (ook wel kegelrob  genoemd) voor in gezonde aantallen. Dat was in de jaren ‘60 wel anders: De grijze zeehond kwam in onze wateren niet meer voor en ook de gewone zeehond was bijna verdwenen. Een jachtverbod ingesteld in 1962 behoedde de gewone zeehond van uitroeiing. Maar andere bedreigingen zoals milieu-vervuiling en verstoring duren tot op de dag van vandaag nog altijd voort. Door milieuvervuiling zijn de zeehonden niet in al te beste conditie. Hierdoor kunnen ziekteverwekkers hard toeslaan en de populatie keer op keer decimeren.

Een van de boosdoeners is het chemische goedje polychloorbifenylen (PCB’s). Hoewel de stof al lange tijd is verboden zit het nog volop in onze wateren en heeft het zich opgehoopt in de voedselketen. En de dieren aan het einde van de keten, zoals de zeehond is daarvan vooral de dupe.

De intensieve visserij en recreatie leiden tot verstoring, waardoor kwetsbare pasgeboren zeehonden, te weinig kunnen zogen of zelfs hun moeder kwijtraken.

De mens zou er goed aan doen ook deze bedreiging structureel weg te nemen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Om de verstoring tegen te gaan zijn weliswaar strikt beschermde rustgebieden ingesteld. Maar we moeten bedenken dat het oppervlakte rustgebied maar beperkt is. Recreatie en visserij hebben een zodanige economische betekenis dat men die niet te veel wil beknotten.

Een kleine groep mensen begreep al in de jaren 50 dat het hard nodig was om de zeehond actief te helpen met overleven. Zeehondenopvangcentra deden (en doen) sindsdien fantastisch werk. Naast het opvangen en verzorgen van zieke en verzwakte dieren, om ze na herstel weer uit te zetten, hebben ze ook bijgedragen aan onderzoek en bescherming van hun leefgebied. Het is mede aan hen te danken dat er thans volop zeehonden in onze kustwateren leven. In Nederland leven inmiddels naar schatting 5.500 grijze zeehonden en iets minder dan 10.000 gewone zeehonden.

De Wetenschappelijke Adviescommissie Zeehondenopvang, ingesteld door de overheid, bracht in maart 2018 een rapport uit waarin ze concludeert dat de opvang van zeehonden vanuit het oogpunt van de populatie niet langer noodzakelijk is en (vanuit dit perspectief) moet worden ontraden in situaties waarin opvang negatieve effecten heeft op de populatie wilde zeehonden. De commissie concludeert ook dat de opvang van individuele zeehonden is toegestaan vanuit het oogpunt van dierenwelzijn in situaties waarin:

  1. een zeehond problemen ondervindt als direct gevolg van menselijke activiteiten en
  2. de opvang van een individuele zeehond netto geen negatieve effecten heeft op het welzijn van de desbetreffende zeehond of andere zeehonden in de wilde populatie.

De commissie doet de volgende aanbevelingen:

  1. Gewonde dieren moeten worden geholpen of opgevangen als de verwondingen rechtstreeks veroorzaakt zijn door menselijke activiteiten (bijv. verstrengeling in visnetten of bootongelukken).
  2. Verlaten pups/zuigelingen kunnen worden opgevangen na een minimale observatieperiode van 24 uur om moeder en pup voldoende gelegenheid te bieden elkaar weer te vinden.
  3. Pups moeten na het spenen met rust worden gelaten en niet worden opgenomen.
  4. De opvang van zeehonden met longwormen moet worden beperkt.
  5. Geen opvang van ondervoede dieren wanneer de populatie tegen de grenzen van haar draagkracht aan zit
  6. Geen opvang in gesloten gebieden
  7. het aantal opgevangen zeehonden voor beide soorten te beperken tot 5% van de jaarlijks geboren jongen.

De minister heeft het advies overgenomen en gaat daar bij het verlenen van ontheffingen voor de zeehondenopvang rekening mee houden.

Rob Wolfs

augustus 2019